icon

'Canvastransfer' en de kernbegrippen van het auteursrecht

What are the odds?? Heb ik gisterenochtend met mijn studenten nét het Poortvliet arrest van de Hoge Raad uit 1979 behandeld, wordt er op boek9.nl een uitspraak gepubliceerd die een min of meer vergelijkbare casus behelst, maar anders afloopt. En ik maar tegen mijn studenten zeggen dat zo'n Poortvliet-geval (een uitzondering op de uitputtingsregel) zich maar hoogst zelden voordoet…!

Het Poortvliet arrest gaat over (de grenzen van de) auteursrechtelijke uitputting. Rien Poortvliet, bekend tekenaar en schilder (en graag geziene gast bij de NCRV) had een kalender doen uitgeven met afbeeldingen uit zijn werk. Onder of naast die afbeeldingen stonden natuurlijk de dagen van de maand. Toen de overgebleven, niet verkochte, kalenders in de loop van het jaar in de ramsj belandden, kocht een zekere Hovener ze op. Hij knipte de datumaanduidingen eraf, plakte de afbeeldingen op spaanplaat en bracht de zo verkregen “schilderijtjes” weer op de markt. “Dat is inbreuk op mijn auteursrecht!”, riep Poortvliet. Maar Hovener beriep zich op de uitputtingsregel.
Die houdt o.a. in dat als een exemplaar van een werk eenmaal met toestemming van de maker in het verkeer is gebracht, de eigenaar van dat exemplaar dat vervolgens mag doorverkopen, zonder dat de auteursrechthebbende daar nog invloed op heeft. De redenering is dat die auteursrechthebbende zijn voordeel gehad heeft bij de eerste verkoop.
Toch gaf de Hoge Raad Poortvliet gelijk. De uitputtingsregel gold niet, omdat Hovener de vorm van het exemplaar gewijzigd (verduurzaamd) had en dit daardoor geschikt had gemaakt voor een ander marktsegment. Een uitzondering dus op de uitputtingsregel, die zelf weer een uitzondering is op de regel dat openbaarmaking (want dat is het verkopen van exemplaren van een werk) auteursrechtelijke toestemming vereist.

Maar nu het onderhavige geval. Er is een bedrijf, genaamd Art & All Posters (International, B.V.), gevestigd in Limburg. Ik was even op hun website en kreeg daar de indruk dat je hier zo’n beetje iedere poster kunt bestellen die er bestaat (alleen al de zoekvraag “Supreme Court” leverde 136 producten op). Het bedrijf levert niet alleen (desgewenst ingelijste) posters, maar -en dit is het bijzondere voor deze casus- óók posters op canvas. Die maken ze zelf. En dan niet, zoals je zou denken, met digitale reproductietechnieken, maar kennelijk (de uitspraak is daar niet heel duidelijk in) met een chemisch procédé, genaamd “canvas transfer“. In dat procédé wordt de oorspronkelijke poster (een fotografische weergave op papier) omgezet naar een afbeelding op canvas. De poster verdwijnt dus en daar komt het doek voor in de plaats (zie voor een duidelijke uitleg van het procédé dit youtube filmpje). De posters zijn rechtmatig ingekocht van verkopers die toestemming hadden om de werken in die (poster-)vorm op de markt te brengen.

Dat lijkt dus behoorlijk op de Poortvliet casus. Ook hier wordt de vorm van een exemplaar aangepast en wordt het werk in die vorm weer in het verkeer gebracht. Pictoright (over deze organisatie meer aan het slot van deze eerdere blog) wou wel eens auteursrechtelijk laten toetsen of dit zomaar kan. Zij beheert o.a. de rechten van enkele kunstschilders, van wier werken posters zijn gemaakt die nu óók “getransfered” zijn.

Als eerste werd aan de rechtbank Roermond de vraag voorgelegd of wat Art & All doet een verveelvoudiging in gewijzigde vorm oplevert.
Nee, zei de rechtbank:
Verveelvoudigen betekent letterlijk: “in aantal doen toenemen”. Nu voor “canvas transfer” nu juist kenmerkend is dat de afbeelding niet wordt vermeerderd, kan eenvoudigweg geen sprake zijn van verveelvoudigen. Er is en blijft sprake van één afbeelding.
Op zichzelf is de opvatting van Pictoright, dat nagenoeg iedere transformatie van een bestaand werk een verveelvoudiging oplevert, juist. Pictoright verliest echter uit het oog, dat een bewerking van een werk zoals bedoeld in artikel 13 Aw een ander, nieuw exemplaar veronderstelt.”

Dus: het aanpassen van de vorm van een bestaand exemplaar van een werk kan nooit verveelvoudiging zijn, volgens de rechtbank. Dat lijkt mij juist. Ook bij unica (kunstwerken waarvan maar één exemplaar bestaat) gaat dit op. Als ik een bestaand beeldhouwwerk overgiet met oranje verf, dan heb ik dat beeldhouwwerk absoluut een andere verschijningsvorm gegeven. Maar ik heb het niet verveelvoudigd. Misschien heb ik het wél verminkt of tenminste aangetast. Daartegen beschermen echter de persoonlijkheidsrechten en niet het exploitatierecht verveelvoudigen.

Dán de “Poortvliet-vraag”: is het op deze manier in het verkeer brengen van een aangepast exemplaar openbaar maken?
Nee, zegt de rechtbank ook hier:
De rechtbank acht in de eerste plaats van zwaarwegend belang, dat bij 'canvas transfer' het werk van de kunstenaar, de afbeelding zoals weergegeven op het posterexemplaar, in het geheel niet wordt veranderd. De abeelding wordt alleen op een andere drager geplaatst.Dat brengt de rechtbank op de tweede reden. Zowel een poster (al dan niet ingelijst) als een canvasdrager behoren tot de productgroep wanddecoratie. Beide dragers vervullen dus dezelfde functie en er wordt dus geen nieuwe markt aangesproken. Dat brengt de rechtbank op de derde reden. Het is weliswaar juist dat een canvasproduct ten opzichte van een papieren poster meer kost. Dat verschil dient echter direct gerelativeerd te worden. Indien een canvasproduct wordt gekocht, heeft de klant als het ware poster en lijst ineen. De rechtbank is daarom van oordeel, dat een canvasproduct qua prijs niet vergeleken mag worden met een losse poster [maar] vergeleken [moet] worden met een ingelijste poster.”

Geen toepassing van de Poortvliet-uitzondering dus. Mag ik heel kort samenvatten waarom? Welnu: een kalender gooi je na een jaar weg en een poster (zeker ingelijst) gaat langer mee. Op dat vlak is er weinig verschil met een canvasbewerking van die poster. De markt waarop beiden worden verhandeld is (volgens de rechtbank) dezelfde.

Blijft nog over het persoonlijkheidsrecht. Pictoright had onder andere gesteld dat een canvasproduct een “zeer inferieure verveelvoudiging” oplevert van het oorspronkelijke schilderij. Dat zou schade toebrengen aan de reputatie van de kunstenaar en aan de exclusiviteit van zijn werk.

Ook hier is de rechtbank het niet met Pictoright eens. Cruciaal is voor de rechtbank dat er geen wijziging plaats vindt van het werk zelf, maar alleen van het stoffelijke voorwerp waarin dat is neergelegd. Dat levert geen wijziging, misvorming of verminking van het werk op in de zin van artikel 25, lid 1 sub c en d Auteurswet. Aantasting van het werk (óók genoemd in 25, lid 1 sub d) kan nog wél het geval zijn. Maar ook dat is volgens de rechtbank niet aanwezig, nu een canvastransfer geen wezenlijk verschil vormt met een ingelijste poster. Beiden laten zich goed onderscheiden van een schilderij, aldus de rechtbank.

Ook dat laatste is verdedigbaar. Al met al dus een goede, in ieder geval uitstekend gemotiveerde, uitspraak, waarin zo’n beetje alle kernbegrippen van het auteursrecht terugkomen. Uitstekend onderwijsmateriaal dus. Waarmee overigens niet gezegd is dat men over verschillende punten niet anders kan denken. Waarom moet een canvastransfer vergeleken worden met een ingelijste en niet met een papieren poster, bijvoorbeeld? En is -vooral als het gaat om een werk dat in zijn oervorm een schilderij was- een canvastransfer van een poster daarvan niet toch te beschouwen als een aantasting? Dat zijn feitelijke vragen, waarop het antwoord in hoger beroep (als dat er komt) nog wel eens anders zou kunnen uitvallen.

(Update: er volgde inderdaad hoger beroep. Zie hier mijn blogje over de uitspraak daarin)

'Canvastransfer' en de kernbegrippen van het auteursrecht