icon

“Hof moet niet googelen in raadkamer”

Wij behandelen hier doorgaans geen uitspraken in strafzaken, maar soms is er aanleiding van die gewoonte af te wijken. Zeker als er ook raakvlakken zijn met rechtsgebieden die wel op deze pagina’s aan de orde komen. Zo’n geval doet zich voor met de uitspraak die de Hoge Raad deze week deed in een strafzaak op basis van artikel 267 van het Wetboek van Strafrecht. Dat is het artikel dat, in Bromsnor-terminologie, het “beledigen van een ambtenaar in functie” strafbaar stelt.

Wat was er aan de hand? Verdachte had zich te Goes op de openbare weg bevonden terwijl hij een zwart bomberjack droeg met daarop op de voor- en rugzijde het opschrift “ACAB“. De verbalisant, een politiefunctionaris, voelt zich daardoor beledigd, omdat deze afkorting staat voor de tekst “All Cops Are Bastards”. Volgens de verbalisant is dit “algemeen bekend bij het publiek en daarom voelt verbalisant […] zich beledigd, alsmede in zijn goede eer aangetast in de uitoefening van zijn bediening als politieagent. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij wist wat de afkorting betekende en dat hij het jack speciaal via internet had besteld. Bovendien was hij de week ervoor gewaarschuwd door collegaverbalisanten.

Kennelijk wil de verdachte de zaak niet schikken, want er volgt een zitting en ook een hoger beroep bij het Hof. De advocaat van de verdachte bepleit vrijspraak, o.a. omdat “de betekenis van de afkorting niet vast staat”. Het Hof (te Den Haag) veroordeelt toch, met ten aanzien van dat laatste de volgende overweging:
Voorts heeft het hof vernomen dat het “googelen” van de afkorting “A.C.A.B.” in combinatie met “cop” een veelvoud (circa 190.000) aan treffers van internetsites geeft die verwijzen naar de betekenis “All Cops Are Bastards”. Nu onder een substantieel deel van het publiek bekend is dat een betekenis van de afkorting A.C.A.B. is: “All Cops Are Bastards”, heeft deze afkorting daarom als een feit van algemene bekendheid te gelden.

Als een feit van algemene bekendheid is, hoeft het niet te worden bewezen. Dat bepaalt artikel 339, lid 2 van het Wetboek van Strafvordering. Maar is het feit dat ACAB de bovengenoemde betekenis heeft wel algemeen bekend? Ik zal u eerlijk bekennen dat ik het niet wist. En ik durf wel te stellen dat voor de meesten van u hetzelfde zal gelden. De advocaat van verdachte ging dus in cassatie. En met succes!

De Hoge Raad overwoog:
Geen rechtsregel dwingt de rechter ertoe een algemeen bekend gegeven bij het onderzoek op de terechtzitting ter sprake te brengen. Indien echter niet zonder meer duidelijk is of het gaat om een algemeen bekend gegeven, behoort de rechter dat gegeven aan de orde te stellen bij de behandeling van de zaak op de terechtzitting. Aldus wordt voorkomen dat hij zijn beslissing doet steunen op mededelingen of waarnemingen die hem buiten het geding ter kennis zijn gekomen en waarvan de overige bij het geding betrokkenen onkundig zijn gebleven, zodat zij niet in staat zijn geweest zich daarover uit te laten.
Uit het feit dat het Hof naar ACAB heeft gegoogeld leidt de Hoge Raad af dat voor het Hof niet zonder meer duidelijk was dat hier sprake was van een feit van algemene bekendheid. Het Hof heeft zich daar buiten de terechtzitting om over doen voorlichten. Dat is dus niet de bedoeling.

Ten overvloede voegt de Hoge Raad nog toe dat het in dit verband moet gaan om een feit dat in Nederland van algemene bekendheid is. “Daartoe is het aantal treffers bij het zoeken in alle, ook anderstalige, internetsites niet zonder meer redengevend”, aldus de Hoge Raad.

Resultaat van dit alles: de zaak gaat terug naar het Hof om overgedaan te worden met inachtname van de uitspraak van de Hoge Raad.
Geheel terecht, lijkt me.

Heeft u vragen?

This field is for validation purposes and should be left unchanged.
“Hof moet niet googelen in raadkamer”