icon

Ontslagvergoeding bij 65+ werknemer?

Als het aan het kabinet ligt werken ouderen steeds langer door en werken ze ook na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd door. De richtlijnen aan de hand waarvan de kantonrechter een ontslagvergoeding berekent (de zogenaamde kantonrechtersformule) houdt echter geen rekening met deze situatie. Sterker nog: in de kantonrechtersformule is uitdrukkelijk opgenomen dat de ontbindingsvergoeding niet hoger mag zijn dan de inkomstenderving tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. Heeft een 65plusser dan geen recht op een vergoeding bij ontslag?

De jurisprudentie geeft geen eenduidig antwoord op deze vraag. Sommige kantonrechters kennen inderdaad helemaal geen vergoeding toe, terwijl andere rechters wel een vergoeding toe kennen, al dan niet naar billijkheid. Naar mate de tijd vordert zijn er wel steeds meer kantonrechters die een vergoeding toekennen aan 65plussers. Zo schreven we al eerder over een uitspraak van de kantonrechter te Amsterdam die oordeelde dat de toen 67-jarige werknemer recht had op een vergoeding op grond van de kantonrechtersformule. Voor de het vaststellen van de hoogte van de hoogte van de vergoeding werden echter alleen de dienstjaren vanaf zijn 60e verjaardag meegenomen – die de rechter ook slechts één keer meetelt – aangezien de “oude” arbeidsovereenkomst tussen partijen is geëindigd toen de werknemer gebruik ging maken van de vroegpensioenregeling. De inkomstenderving die de werknemer na deze leeftijd zou ondervinden bestond dus alleen door het gemis aan salaris sinds dit vroegpensioen.

Ook in een onlangs gepubliceerde uitspraak van de kantonrechter te Haarlem werd een vergoeding toegekend bij ontbinding van een arbeidsovereenkomst met een 76-jarige werkneemster. Werkgever en werknemer verkeerden in vrijwel constante staat van ruzie (waar zelfs de politie aan te pas moest komen), hetgeen leidde tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Als vergoeding stelde de kantonrechter € 2.500,- bruto vast, omdat werkneemster door de ontbinding met onmiddellijke ingang zou worden geconfronteerd met een plotselinge teruggang in haar inkomsten. Een vergoeding naar billijkheid ter aanvulling van inkomsten uit AOW en pensioen voor de eerste twee maanden na ontbinding werd daarom redelijk geacht.

Waarom de kantonrechter er voor kiest om bij het toekennen van de vergoeding alleen rekening te houden met het inkomensverlies tot twee maanden na ontbinding wordt niet duidelijk. En dat is nu precies het probleem; het is volstrekt onduidelijk waar 65plussers recht op hebben. De ene rechter kent geen vergoeding toe, de andere wel. Voor het vaststellen van de hoogte van de vergoeding eenzelfde beeld: sommige rechters houden wel rekening met de aanbevelingen terwijl weer anderen een vergoeding naar billijkheid toekennen. De wens van de werknemer om langer te werken wordt soms wel meegewogen, soms niet, hetgeen ook geldt voor het al dan niet aanwezig zijn van een adequate pensioenvoorziening. Daarnaast worden soms wel en soms niet alle dienstjaren van voor het 65ste levensjaar meegewogen. De lappendeken aan uitspraken blijft groeien, maar een duidelijk toetsingscriterium blijft uit. Het zou de rechtszekerheid zeker ten goede komen wanneer de kantonrechtersformule op dit punt wordt aangepast.


Fleur Costa Baiôa is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied arbeidsrecht

Ontslagvergoeding bij 65+ werknemer?