icon

Eind aan de graaicultuur begint bij de arbeidsovereenkomst

Opnieuw heeft ANB Amro moeten accepteren dat de bankencrisis alsmede de overname van de bank voor de staat niet in de weg staat aan onverkorte nakoming van (royale) vertrekregelingen met haar werknemers c.q. bestuurders.

In september van vorig jaar procedeerde Royal Bank of Scotland, als rechtsopvolgster van ABN Amro, tegen een werknemer die aanspraak maakte op de met ABN Amro overeen-gekomen vergoeding bij vertrek. Conform de overeengekomen regeling had de werknemer aanspraak op de niet onaanzienlijke vergoeding van € 6,5 miljoen en de bonus over 2008, de bank was evenwel slechts bereid € 2,5 miljoen te betalen. Zij beriep zich op eenzijdig door haar gewijzigd beleid als gevolg van de gewijzigde omstandigheden waarin de bank zich bevond. De kantonrechter wees de vordering van de werknemer af; het hof wees deze toe, kort gezegd omdat afspraak nu eenmaal afspraak is. Een wijzigingsbeding dat de bank het recht zou geven om de overeenkomst eenzijdig te wijzigen was niet overeengekomen en evenmin had de bank aan de werknemer een redelijk voorstel tot wijziging gedaan. Dit laatste nog los van het feit dat ook in dat geval van de werknemer in redelijkheid niet kon worden gevergd dit voorstel te aanvaarden. Kortom, onder de gegeven omstandigheden mocht de werknemer erop vertrouwen dat de hem gedane toezegging zou worden nagekomen.

In een recente zaak procedeerde ABN Amro zelf, nu als rechtsopvolgster van Fortis. Ook hier maakte een werknemer aanspraak op de overeengekomen vertrekregeling waarbij in dit geval de arbeidsovereenkomst wel voorzag in de mogelijkheid voor de werkgever om deze te wijzigen. De werknemer was 14 maanden in dienst geweest en maakte aanspraak op de overeengekomen vergoeding van € 1,5 miljoen.

De kantonrechter oordeelde dat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet gedurende het dienstverband had gewijzigd doch pas na het einde daarvan had aangegeven niet bereid te zijn tot betaling van de overeengekomen vergoeding. Daarmee kon haar beroep op het wijzigingsbeding haar niet baten. Voor wat betreft de vergoeding kreeg de werknemer in eerste aanleg evenwel het lid op de neus. De kantonrechter vond dat toekenning van de overeengekomen gouden handdruk gezien het zeer korte dienstver-band van 14 maanden, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. Daarbij had de werknemer in de ontbindingsprocedure al een vergoeding van € 250.000,- ontvangen.

Het Hof 's-Gravenhage deelde de mening van deze kantonrechter niet. Het Hof oordeel-de ook hier dat overeenkomsten dienen te worden nagekomen en het beroep van ABN Amro op gewijzigde omstandigheden moest worden verworpen. “Gesteld noch gebleken is dat ABN Amro niet in staat is haar verplichtingen jegens de werknemer na te komen. Wellicht heeft ABN Amro (plotseling) oor voor maatschappelijke kritiek (“graaicultuur, excessief, ridicuul”), door het hof in dit kader gemakshalve maar begrepen als een in Nederland levende rechtsovertuiging. Maar zulks kan […] niet via een beroep op artikel 6:248 (gewijzigde omstandigheden) afgewenteld worden op werknemer.”

Kortom, als ABN Amro werkelijk van mening zou zijn dat sprake is van een ‘graaicultuur’ die een halt zou moeten worden toegeroepen, dient zij daar zelf bij het aangaan van arbeidsovereenkomsten een begin mee te maken. Aan het eind van de rit wordt dit lastig.


Liesbeth Heidstra is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied arbeidsrecht

Eind aan de graaicultuur begint bij de arbeidsovereenkomst