icon

Verbod op vooringenomenheid: welke raadsleden mogen meedoen aan het debat?

In het lokale bestuur is persoonlijke betrokkenheid en gedrevenheid bij bestuurders een groot goed. Het behartigen van persoonlijke belangen is niet toegestaan. In artikel 2:4 van de Awb is dit verbod op vooringenomenheid vastgelegd. Afgezet tegen de ontelbare malen dat in rechte is aangevoerd dat dit verbod is geschonden, vallen de anderhalve uitspraak waarin dit is bevestigd volledig in het niet.

Met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 22 juni 2011 over de vaststelling van een bestemmingsplan lijkt dit anders te zullen worden.
Een raadslid woont en werkt op een bedrijventerrein binnen het bestemmingsplangebied. De Afdeling stelt op grond hiervan vast dat het raadslid een persoonlijk belang heeft bij de wijze waarop het plan zou worden vastgesteld, nu dit direct van invloed zou kunnen zijn op zijn woon- en leefklimaat.
De Afdeling vervolgt met de overweging dat het raadslid tijdens de vergadering veelvuldig het woord gevoerd en namens zijn fractie een aantal amendementen heeft ingediend en voorgelezen. Deze amendementen hebben mede tot gevolg dat een gunstiger woon- en leefklimaat ontstaat ter hoogte van de gronden van het raadslid en een nadeliger positie voor de appellanten in de procedure. Volgens de Afdeling kan uit de notulen van de raadsvergadering derhalve worden afgeleid dat het raadslid actief betrokken is geweest bij het bewerkstelligen van wijzigingen in het door het college van burgemeester en wethouders opgestelde ontwerp dan wel het aan de raad voorgestelde plan, die in feite hebben geleid tot een gunstiger woon- en leefklimaat ter hoogte van zijn gronden.
De Afdeling is van oordeel dat hiermee naar derden toe de schijn is gewekt dat dit persoonlijke belang van invloed is geweest op de besluitvorming, hetgeen de raad ingevolge artikel 2:4. van de Awb dient te voorkomen. Hierbij is niet van belang of het betrokken raadslid daadwerkelijk het oogmerk had te bewerkstelligen een plan ten gunste van zijn woon- en leefklimaat vast te stellen. Dat het betrokken raadslid voorzitter van een kleine fractie en woordvoerder op het onderwerp was en zijn stem niet doorslaggevend bij alle amendementen deden daar volgens de Afdeling niet aan af. Dus als er een persoonlijk belang is, zal een raadslid zich in beginsel dienen te onthouden van deelname aan de beraadslagingen.

Zo gesteld lijkt dit een goede en verstandige zaak. Tengevolge van de door de Afdeling gehanteerde definitie lijkt er echter weinig besluitvorming door de raad over te blijven die niet direct van invloed kan zijn op woon- en leefklimaat van leden van de raad. Op grond van de Gemeentewet is een raadslid per definitie ingezetene van de desbetreffende gemeente. Het ligt voor de hand dat een raadslid ook binnen de gemeentegrenzen werkt. De aanwezigheid van een persoonlijk belang van raadsleden wat betreft het woon- en leefklimaat is dan eerder regel dan uitzondering. Dit zal leiden tot een discussie vooraf welke raadsleden nog aan de beraadslaging kunnen deelnemen. Er dient te worden vastgesteld waar de raadsleden wonen en werken en of de besluitvorming invloed kan hebben op dit woon- en leefklimaat.
Tenzij evident is dat de besluitvorming niet kan leiden tot een gunstiger woon- en leefklimaat voor de raadsleden, dient het raadslid zich te onthouden van deelname. De lokale democratie lijkt hiermee geen dienst te zijn bewezen. Deze kanttekening geldt uiteraard niet voor persoonlijke belangen van raadsleden die geen verband houden met hun ingezetenschap.

Heeft u vragen?

This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Verbod op vooringenomenheid: welke raadsleden mogen meedoen aan het debat?