icon

De aankoop van een non-conforme zaak: beroep op dwaling of non-conformiteit?

Vroeger kwam de vraag of een verkoper zijn mededelingsplicht had geschonden altijd op in het kader van een beroep op dwaling. Een koper meende dat hij bijvoorbeeld doordat een verkoper hem niet juist had ingelicht, een aankoop had gedaan die hij zonder die onjuiste inlichting nooit had gedaan. In het kader van de vraag of de koper vervolgens een beroep op dwaling kon doen, rees de vraag dan ook of de koper niet een eigen onderzoeksplicht had die hij had geschonden.

Sinds het arrest Offringa/Vinck (NJ 1998/666) in 1998 lijkt de Hoge Raad de koers te varen dat voor een boordeling van de verhouding mededelingsplicht/onderzoeksplicht dient te worden uitgegaan van bescherming van een onvoorzichtige koper. Gevolg is dat de vraag of, indien een verkoper bepaalde wetenschap heeft, hij die voor zich mag houden omdat hij ervan uitgaat dat een koper een onderzoek zal instellen, ook tegen die achtergrond moet worden beantwoord. Steeds meer lijkt de belangenafweging in het voordeel van de koper uit te vallen.

In een arrest van 25 maart 2011 (RvdW 2011/419) in elk geval eveneens. Het gaat in dit arrest weliswaar om art. 7:17 BW (non-conformiteit) maar ook hier wordt getoetst aan de hand van een afweging tussen mededelings- en onderzoeksplicht. De koper wint in elk geval qua rechtsoverwegingen van de Hoge Raad de wedstrijd. De Hoge Raad oordeelt – naast vele andere belangwekkende overwegingen – dat een koper sterker mag vertrouwen op een conforme zaak vanwege geruststellende mededelingen omtrent de eigenschappen van de zaak van de verkoper en dat van hem dan minder snel een onderzoek kan worden verwacht.


Sabine Hirdes is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied contracten

De aankoop van een non-conforme zaak: beroep op dwaling of non-conformiteit?