icon

Flexibiliteit ter discussie

De bekende “3 en 3” regel (een maximum van drie tijdelijke arbeidsovereenkomst binnen een maximumperiode van drie jaren) blijft in deze tijden van crisis te discussie staan. Eind vorig jaar eindigde de tijdelijke jongerenmaatregel die vier contracten van bepaalde tijd mogelijk maakte voor werknemers jonger dan 27 jaar. Die regeling wordt niet verlengd, maar minister Kamp werkt inmiddels wel aan een nieuw plan: hij wil de mogelijkheden van een langdurig tijdelijk contract verruimen.

In een brief die hij gisteren aan de Tweede Kamer heeft gestuurd geeft de minister (in hoofdlijnen) aan wat hem voorstaat: de mogelijkheid om na een kortere tijdelijke overeenkomst een langere aan te gaan (of twee langere tijdelijke overeenkomsten) zonder dat die tweede overeenkomst een contract voor onbepaalde tijd wordt. De minister vindt dat dit aansluit bij de huidige wijze van werken (mensen hebben in de regel geen baan voor het leven meer) en hij meent bovendien dat langdurige(re) tijdelijke contracten ene sterkere prikkel voor werkgevers zal zijn om te investeren in opleiding van de werknemer. De werknemer zal immers langer bij de werkgever werken, dus de terugverdientijd van de opleiding is ook langer. Gevolg zou zijn, zo denkt (althans stelt) de minister, dat werknemers “wendbaarder” worden op de arbeidsmarkt.

Met dat laatste is het CNV het oneens – met het hele voorstel overigens. In een reactie op nu.nl stelt het CNV dat tijdelijke contracten juist geen prikkel zullen zijn om in opleidingen te investeren. Het CNV noemt de voorgestelde maatregel een verdere uitholling van de positie van de werknemer, en wijst er op dat een werknemer lang bij een werkgever kan werken om uiteindelijk te merken dat dit “gratis en voor niets” is geweest.

Die laatste opmerking is vreemd. Met “gratis en voor niets” doelt de CNV, naar ik aanneem, op de situatie dat een werknemer aan het einde van het dienstverband vertrekt zonder vergoeding. De realiteit is echter dat het merendeel van de werknemers die bij een werkgever vertrekken dat op eigen initiatief doen, en dus sowieso geen vergoeding krijgen. De vergoeding bij onvrijwillig ontslag staat zelf ook onder druk: de nieuwe kantonrechtersformule levert lagere bedragen op dan de oude, en het automatisme van een vergoeding in een kennelijk onredelijk ontslagprocedure is ook verdwenen.

Of werkgevers veel gebruik gaan maken van de mogelijkheid om langere contracten voor bepaalde duur te sluiten zal moeten blijken. Mijn indruk is niet dat daar het grootste probleem zit. Wel denk ik dat de arbeidsmarkt gebaat zou zijn bij een grotere mate van flexibiliteit, en ik vermoed dat werkgevers ook best bereid zouden zijn daar wat tegenover te stellen – bijvoorbeeld inderdaad meer faciliteiten voor opleiding, zodat werknemers niet alleen inderdaad wendbaarder worden, maar zich ook realiseren dat het in hun eigen belang is ook wendbaar te zijn.


Arco Siemons is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied arbeidsrecht

Flexibiliteit ter discussie