icon

Oude uitkoopregeling opgelapt

De wet kent verschillende regelingen voor gedwongen overdracht van aandelen. Behalve de regeling voor uitkoop van een minderheid van 5%, die vaak wordt toegepast bij overnames op de beurs, zijn er twee regelingen voor geschillen tussen aandeelhouders van een besloten vennootschap (BV). Als aandeelhouders in een BV elkaar het leven zuur maken, kunnen zij vorderen dat de ander zijn aandelen overdraagt, óf dat zij zelf worden uitgekocht.

Deze geschillenregelingen laten nogal wat te wensen over. Het grootste probleem is de lange duur van de procedures: eerst moet de rechtbank uitmaken wiens schuld het is dat de verhoudingen verziekt zijn, dan moeten deskundigen rapporteren over de waarde van de aandelen, en dan moet de rechtbank na debat van de partijen nog de prijs vaststellen. Na elk rechtbankvonnis is hoger beroep en beroep in cassatie mogelijk. Pas als dat allemaal is afgewikkeld, is de andere partij verplicht de aandelen over te dragen of over te nemen.

Nu heeft onlangs de Hoge Raad een creatief eind gemaakt aan de lijdensweg van drie broers die een aannemersbedrijf geërfd hadden. Wanneer hun onenig­heid begon lezen wij in deze uitspraak niet, maar wel dat zij eerst in twee instanties hebben geprocedeerd over het ontslag van een van de broers als directeur, waarna deze in 1993 bij de rechtbank heeft geëist dat hij zou worden uitgekocht (met schadevergoeding). In 1998 kwam vast te staan dat die broer inderdaad moest worden uitgekocht; in 1999 droeg hij zijn aandelen over tegen betaling van een voorschot, en werd afgesproken dat de rechter de juiste prijs per eind 1998 zou vaststellen. Na vele tussenvonnissen stelde de Ondernemings­kamer van het Gerechtshof in Amsterdam in 2010 de prijs vast, op meer dan tweemaal zoveel als het betaalde voorschot. Omdat de andere broers al sedert 1999 alle opbrengsten van de aandelen genoten hadden, veroordeelde het Hof ze om het restant van de overnameprijs te betalen met wettelijke rente vanaf 1999.

Hoewel de wettelijke rente in die periode gemiddeld onder de 6% lag, werd de nog te betalen prijs daardoor bijna verdubbeld, aangezien jaarlijks rente op rente gerekend wordt.

Maar …… de uit te kopen broer had die rente helemaal niet geëist. Bovendien is wettelijke rente pas verschuldigd als de debiteur in gebreke is met betaling, terwijl de verplichting tot betaling volgens de wet pas zou intreden aan het eind van de procedure. Dus gingen de veroordeelde broers in cassatie. De weten­schappelijke conclusie van de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad luidde dat die rente terugbetaald zou moeten worden.

De Hoge Raad lost het probleem op door te bepalen dat de prijs ook een vergoeding kan omvatten voor het renteverlies sedert de overdracht van de aandelen, en dat de rechter die vergoeding in redelijkheid gelijk kan stellen aan de wettelijke rente.

De Flex-BV-wet, die waarschijnlijk dit jaar wordt ingevoerd, zal toekomstige procedures iets bekorten doordat tussentijds hoger beroep wordt uitgesloten. Maar de ingreep van de Hoge Raad draagt wellicht meer bij aan de afdoening van dit soort vetes. En zeker aan een rechtvaardiger afdoening!

Overigens kan een goede aandeelhoudersovereenkomst veel ellende voorkomen!

Verder lezen:
de uitspraak van de Hoge Raad


George Offerhaus is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied handel- en ondernemingsrecht

Oude uitkoopregeling opgelapt