icon

Aanloopschaal, functieschaal en toezeggingen: vaststelling bezoldiging

Benoeming in een andere functie die is gekoppeld aan een hogere salarisschaal; vaak is dat reden tot vreugde. In een casus die recent werd gepubliceerd in de TAR leidde een dergelijke promotie echter tot een procedure van ruim 2,5 jaar.
En wel om de reden dat de betreffende medewerkerster was benoemd in een schaal 8 functie, maar volgens schaal 7 zou worden bezoldigd totdat uit een daartoe opgemaakte beoordeling zou blijken dat sprake is van volledige functievervulling. Gelijkluidende regelingen over het plaatsen in een aanloopschaal vormen vaker onderwerp van discussie.
In dit geval was het besluit gebaseerd op artikel 6 van het Besluit bezoldiging politie (Bbp).

Op grond hiervan geldt voor een ambtenaar, indien nog geen sprake is van volledige functievervulling, voor de duur van een jaar een lagere salarisschaal dan de schaal die voor hem zou gelden. Het bevoegd gezag kan voorts beslissen om genoemde periode te verlengen tot twee jaar. Hoewel er in het benoemingsbesluit niet expliciet melding werd gemaakt van een termijn, oordeelt de Centrale Raad dat het besluit op zichzelf niet in strijd is met het Bbp. Van strijdigheid zou pas sprake zijn wanneer de in het Bbp genoemde termijn zou worden overschreden.

Daarnaast oordeelt de Raad dat uit de stukken genoegzaam kan worden afgeleid dat ten tijde van de aanstelling in de nieuwe functie geen sprake was van volledige functievervulling, zodat betrokkene geen aanspraak had op directe aanstelling in de functieschaal.

Bleef over de vraag of in dit geval een beroep op het vertrouwensbeginsel kon worden gedaan. Het aanstellingsbesluit was namelijk uit september 2008 en tot 1 juli 2008 werd het beleid gevoerd dat hoe dan ook na zes maanden na benoeming in de nieuwe functie bevordering naar de bijbehorende functieschaal plaatsvond. Besloten is om vanaf 1 juli 2008 dit beleid te wijzigen en pas bij volledige functievervulling over te gaan tot bevordering. Betrokkene stelt dat zij uit uitlatingen van haar leidinggevende, gedaan na 1 juli 2008, heeft begrepen dat op haar het voorheen begunstigende beleid zou worden toegepast. Zij verwijst daarbij naar een uitspraak van de Raad ten aanzien van een collega van haar.

De Raad herhaalt dat een beroep op het vertrouwensbeginsel alleen kan slagen als van de kant van het bevoegde orgaan uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen zijn gedaan die bij betrokkene gerechtvaardigde verwachtingen hebben gewekt. Een daarvan zal niet snel sprake zijn, blijkt uit de rechtspraak over dit onderwerp.
Ook in dit geval luidt het oordeel dat aan deze eisen niet wordt voldaan. De situatie van de collega verschilt wezenlijk; er stonden bijvoorbeeld allerlei toezeggingen op schrift.
Het besluit tot benoeming in de aanloopschaal blijft in stand.

Op welk moment alsnog benoeming in de functieschaal heeft plaatsgevonden vertelt het verhaal niet. Argumenten van betrokkene om aan te geven dat zij na circa een half jaar de functie volledig vervult, blijven buiten beschouwing omdat dat nu eenmaal geen onderdeel van het voorliggende besluit vormt. Dat is en blijft het nadeel van het bestuursprocesrecht, ondanks alle aanpassingen om tot finale geschilbeslechting te komen blijft het besluit het uitgangspunt van een procedure en zal betrokkene het besluit om haar (vooralsnog) niet te bevorderen (hoewel zij meent de functie inmiddels volledig te vervullen) in een afzonderlijke procedure moeten aanvechten.


Femke van Ooijen is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied arbeidsrecht

Aanloopschaal, functieschaal en toezeggingen: vaststelling bezoldiging