icon

Toepasselijkheid arbitraal beding

Het doorprocederen over de vraag of wel of geen arbitraal beding op een overeenkomst van toepassing is, beschouw ik meestal als zonde van de tijd en energie. Toch is er een enkele keer een doorzetter – meestal zit daar dan een verzekeringsmaatschappij achter – die de strijd niet opgeeft, en helemaal doorgaat tot aan de Hoge Raad.

Zo ook de installateur die in opdracht van het bekende hotel-restaurant De Echoput bij Apeldoorn aldaar de werktuigbouwkundige installaties had aangelegd. Ongeveer een jaar na de aanleg ontstond er lekkage in een van de hoofdwaterleidingen. Vervolgens dagvaardde De Echoput de installateur voor de Rechtbank, en vorderde, kort gezegd, betaling van de door haar als gevolg van de lekkage geleden schade.

De installateur beriep zich op de toepasselijkheid van de ALIB '92 (de algemene voorwaarden in de installatiebranche), en dus ook op de toepasselijkheid van het daarin opgenomen arbitraal beding. Dit beding bepaalt dat elk geschil tussen partijen, met uitsluiting van de gewone rechter, zal worden beslist door de Raad van Arbitrage voor de metaalnijverheid- en handel.

Bij de Rechtbank kreeg de installateur ongelijk, net als bij het Hof. De Rechtbank oordeelde dat niet is gebleken dat een overeenkomst tot arbitrage is gesloten, en het Hof kwam, langs een iets andere redenering, tot het oordeel dat de installateur uit de ondertekening van de opdrachtbevestiging door De Echoput in de gegeven omstandigheden niet mocht begrijpen dat De Echoput daarmee tevens de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden en het daarin opgenomen arbitraal beding heeft aanvaard.

Het door de installateur bij de Hoge Raad tegen het arrest van het Hof ingestelde beroep in cassatie slaagde. Het betreffende arrest van de Hoge Raad van 2 december van het vorig jaar is gepubliceerd in het Tijdschrift voor Bouwrecht van deze maand (TBR 2012/96).

De Hoge Raad nam als uitgangspunt de volgende feitelijke gang van zaken:

– in oktober 2005 hebben partijen hun overeenkomst gesloten;
– daarvoor heeft de installateur een aantal offertes uitgebracht, waaronder die van 12 april 2005; in deze offerte werd verwezen naar de ALIB '92; daarna hebben tussen partijen nog een aantal besprekingen plaatsgevonden;
– op 7 oktober 2005 stuurt de installateur naar de Echoput een ‘opdrachtbevestiging' (eigenlijk offerte); hierbij verwijst zij naar haar offerte van 12 april 2005 en naar het gesprek met De Echoput van 12 mei 2005;
– op 26 oktober 2005 hebben partijen de opdrachtbevestiging met elkaar besproken; vervolgens heeft De Echoput de opdrachtbevestiging ondertekend.

De installateur voerde vervolgens bij de Hoge Raad nog de volgende omstandigheden aan:
– in alle vijf door haar uitgebrachte offertes verwees zij naar de ALIB '92;
– De Echoput heeft nooit tegen de toepasselijkheid van de voorwaarden geprotesteerd;
– De Echoput moet bekend worden geacht met het fenomeen algemene voorwaarden;
– dat zij het onbegrijpelijk vond dat het Hof had geoordeeld dat de enkele bijsluiting van de algemene voorwaarden bij de ‘opdrachtbevestiging' van 7 oktober 2005 bij de installateur niet het gerechtvaardigd vertrouwen heeft kunnen wekken dat De Echoput de toepasselijkheid van de ALIB '92 heeft aanvaard.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde omstandigheden, indien deze juist worden bevonden, kunnen meebrengen dat de installateur erop mocht vertrouwen dat de ALIB '92 door De Echoput waren aanvaard. Daarbij wordt in het bijzonder in aanmerking genomen, zo overweegt de Hoge Raad verder, dat, wanneer tijdens de uitvoerige onderhandelingen tussen deze professionele partijen door de installateur in haar offertes steeds is verwezen naar haar algemene voorwaarden en door haar bij de offerte van 7 oktober 2005 (en bij eerdere offertes) de algemene voorwaarden zijn bijgesloten, zonder dat De Echoput op een en ander afwijzend heeft gereageerd, zulks in de gegeven omstandigheden kan betekenen dat de installateur erop mocht vertrouwen dat de algemene voorwaarden door De Echoput zijn aanvaard.

De Hoge Raad kwam dus tot de slotsom dat het Hof zijn oordeel onvoldoende had gemotiveerd, en verwees de zaak terug.

Dit betekent dat er 5 jaar na dato nog steeds geen uitspraak is over de materiële kant van de zaak. Dit illustreert hoe frustrerend het kan zijn te procederen over de bevoegdheid. De Echoput had er, volgens mij, beter aan gedaan mee te gaan met de installateur, en de zaak voor te leggen aan de Raad van Arbitrage voor de metaalnijverheid- en handel, desnoods onder de aantekening dat ze daarmee niet de toepasselijkheid van de ALIB '92 aanvaardde.

Overigens komt mij de beslissing van de Hoge Raad geheel juist voor. Als allemaal klopt wat de installateur heeft gesteld, dan lijkt het mij gewoon een kwestie van goede maatschappelijke omgangsvormen dat hij er erop mocht vertrouwen dat de algemene voorwaarden door De Echoput zijn aanvaard.


Charles Smit is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied bouwrecht

Toepasselijkheid arbitraal beding