icon

Etnische afkomst geen reden voor weigeren woningruil

Als huurders van woonruimte hun woning onderling willen ruilen en hun verhuurders daarmee instemmen, hoeft dat geen problemen op te leveren. Als een verhuurder echter geen ander in de plaats van zijn huurder wil accepteren, zal de huurder de weg van artikel 7:270 BW moeten volgen: hij kan dan vorderen dat de rechter hem zal machtigen om een ander in zijn plaats als huurder te stellen.

Bij de beslissing daarover worden door de rechter alle omstandigheden van het geval meegewogen. De rechter kan de vordering slechts toewijzen als de huurder een zwaarwichtig belang heeft bij de woningruil. Hij zal daarnaast de vordering kunnen afwijzen ingeval de voorgestelde huurder vanuit financieel oogpunt niet voldoende waarborg biedt voor een behoorlijke nakoming van de huurovereenkomst.

De kantonrechter in de Rechtbank Den Bosch boog zich eind vorig jaar over een dergelijke vordering. In deze zaak vorderde de huurder een machtiging op voet van het bepaalde in artikel 7:270 BW om een ander in haar plaats te stellen als huurder van de woning, en legde daaraan ten grondslag dat zij een zwaarwegend financieel belang had bij een verhuizing naar een goedkopere woning. De huurder was op zoek gegaan naar kandidaten voor een woningruil en was uiteindelijk in contact gekomen met een familie van Marokkaanse afkomst. De verhuurder van deze familie had reeds een verklaring van geen bezwaar gegeven, waardoor medewerking van die zijde was verzekerd. De familie was voldoende draagkrachtig om de huur voor de nu nog door de huurder bewoonde woning te kunnen betalen.

De verhuurster voerde tegen de vordering tot verweer aan dat zij in samenspraak met de gemeente voor de wijk waarin de woning van de huurder was gelegen haar toewijzingsbeleid had aangepast. Het doel van die aanpassing was het verkrijgen van een betere balans tussen de verschillende bevolkingsgroepen in de wijk. Om die reden wilde verhuurster bewoners van Marokkaanse afkomst weren. Volgens de verhuurster woog het algemeen belang dat de verhuurster diende te waarborgen (zoals haar was opgedragen in artikel 12 van het Besluit Beheer Sociale Huursector) in dit geval zwaarder dan het individueel belang van de huurder.

De kantonrechter was het daar niet mee eens om redenen van grondrechtelijke aard. Artikel 1 van de Grondwet verbiedt discriminatie. De kantonrechter overwoog dat afwijking of beperking van in de Grondwet neergelegde grondrechten weliswaar mogelijk is, maar dat daarvoor een wet in formele zin is vereist. Een dergelijke wet bestaat ook wel, namelijk in de vorm van de Huisvestingswet. Maar daarin worden aan de gemeenteraad bevoegdheden toegekend om te bepalen welke categorieën personen in aanmerking komen voor welke categorieën woningen. Een woningcorporatie kan zich dus niet op die wet beroepen. Nu is er ook nog wel het Besluit Beheer Sociale Huursector, dat o.a. bij woningcorporaties een taak neerlegt met betrekking tot de leefbaarheid in wijken, maar dát is weer geen wet in formele zin, maar slechts een amvb.

Kortom: in dit geval, waarin de gemeente geen bezwaar had tegen afgifte van een huisvestingsvergunning, mocht de woningcorporatie niet met een verwijzing naar een algemeen leefbaarheidsprobleem in een wijk overgaan tot weigering van een concrete huurder. Ten aanzien van de voorgestelde huurder zou zij concrete bezwaren hebben moeten aanvoeren en anders moest de woningruil gewoon worden geaccepteerd.


Christopher Seine is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied huurrecht

Etnische afkomst geen reden voor weigeren woningruil