icon

De niet-herstellende werknemer en het recht op loon

Ziekte blijft vaak voor werkgevers een ongrijpbaar iets. Een werknemer meldt zich ziek, de bedrijfsarts (en, zo nodig, het UWV via een second opinion) adviseert of inderdaad sprake is van ziekte, maar veel informatie krijgt de werkgever er vaak niet over: dat valt onder het medisch geheim en de privacy van de werknemer. Is inderdaad sprake van ziekte, dan heeft de werknemer recht op doorbetaling van het loon – mits hij of zij wel werkt aan het herstel. Over de eisen die daaraan worden gesteld is recent een aantal uitspraken gedaan.

In augustus werd de kantonrechter gevraagd een oordeel uit te spreken over een medewerker die diabetes had maar de door de dokter (zowel huisarts als specialist) aanbevolen therapie niet wilde volgen. Het niet meewerken aan herstel is een grond om de loondoorbetaling te stoppen, en dat deed de werkgever dan ook. De werknemer vorderde in kort geding doorbetaling. Hij volgde inderdaad de aanbevolen therapie (insuline-injecties) niet, maar had wel een verhaal: hij had daar last van, en volgde een andere, alternatieve therapie. Die bovendien succes had: de artsen spraken van een spectaculaire verbetering van zijn bloedwaarden. De rechter wees daarom de loonvordering toe: aan een werknemer komt een grote mate van vrijheid toe om aan zijn herstel te werken, zo oordeelde de rechter die dat koppelde aan het recht op integriteit van het lichaam en eerbiediging van het privéleven – een grondrecht neergelegd in het EVRM.

Langs diezelfde weg werd, ook door de kantonrechter in Amsterdam, een vordering van een werknemer tot doorbetaling van loon tijdens ziekte toegewezen – in die situatie wees de werknemer de aanbevolen psycholoog af en schakelde zelf een andere psycholoog in. Daarnaast liep een mediationtraject (ook op advies van de bedrijfsarts) waar de werknemer mee stopte. Ook dit werd niet gezien als het belemmeren van het herstel: gesteld noch gebleken was dat het inschakelen van een andere psycholoog de behandeling belemmerde of vertraagde, en het stoppen met de mediation werd beschouwd als een uitvloeisel van de ziekte (de werknemer was daartoe nog niet in staat). Ook hier kreeg de werknemer de vrijheid zelf te bepalen hoe zij behandeld wilde worden, en behield daarmee aanspraak op loon tijdens ziekte.

Betekent dat nu dat een werknemer altijd maar een behandeling kan weigeren? Nee. De werknemer heeft een grote mate van vrijheid om zijn behandeling te bepalen, maar die vrijheid gaat niet zo ver dat hij die ook mag weigeren. In een recente uitspraak van het Hof Amsterdam was dat aan de orde: ook in die zaak adviseerde de bedrijfsarts een therapeut en droeg de werkgever een therapeut aan die door de werknemer werd geweigerd. Dat vond in de ogen van kantonrechter én hof geen genade: de werknemer had bij die weigering geen verhaal (anders dan dat de therapeut door de werkgever was aangedragen) en, waarschijnlijk van groter belang, de werknemer had zelf ook geen andere therapeut ingeschakeld of zelfs maar voorgesteld. Die loonvordering werd daarom afgewezen.

Kortom: de werknemer mag, in afwijking van adviezen, zelf zijn herstel sturen maar moet dat wel doen, en dat moet ook wel tot resultaat leiden – resultaat dat, waarschijnlijk, ook niet te zeer achter zal mogen blijven bij het (verwachte) resultaat van de geadviseerde behandeling. Een vrijbrief voor de werknemer is dat dus niet.


Arco Siemons is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied arbeidsrecht

De niet-herstellende werknemer en het recht op loon