icon

Directievoering van de architect

In de praktijk kan verschil van mening ontstaan over de vraag wat partijen wel of niet bedoeld hebben te laten vallen onder de aan een architect gegeven opdracht tot directievoering. Een voorbeeld is te vinden in het Tijdschrift voor Bouwrecht van deze maand, te weten een appel-uitspraak van de Raad van Arbitrage voor de Bouw van 14 juni van dit jaar (TBR 2012/204).

De zaak betrof de verbouwing en uitbreiding van een woonhuis. De aannemer had nog geld van de opdrachtgever te vorderen, en maakte daarom een geschil aanhangig bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw. De aannemer kreeg gelijk, en de opdrachtgever ging in appel.

Een belangrijke grief van opdrachtgever richtte zich tegen het oordeel van arbiters in eerste aanleg dat er sprake was van een opdracht tot volledige directievoering, met andere woorden: de opdrachtgever was in principe gebonden aan alle door de architect genomen beslissingen. De opdrachtgever stelde dat hij met de architect slechts beperkte directievoering was overeengekomen, en dat de architect daarnaar ook had gehandeld, zodat de aannemer niet kon menen dat er sprake zou zijn van volledige directievoering.

De opdrachtgever gaf als voorbeelden: 1) de architect sprak er de aannemer niet op aan dat hij de bouwtijd overschreed, 2) de architect sprak de aannemer niet aan op gebreken en tekortkomingen in de bouw, 3) uit de gang van zaken bij de oplevering bleek dat de architect geen volmacht van de opdrachtgever had en 4) de architect was niet gemachtigd tot meerwerkopdrachten. De opdrachtgever nam, zo stelde hij, in al deze gevallen steeds de eindbeslissingen.

Arbiters constateerden echter het volgende: 1) de opdracht tot de bouw is gegeven door de architect namens de opdrachtgever, 2) in het bestek is zonder voorbehoud bepaald dat de architect de directie voert, 3) het begrip directie is in het bestek niet gedefinieerd, 4) het bestek bepaalt dat voor uitvoering van wijzigingen in de overeenkomst een opdracht van de opdrachtgever of van de directievoerder is vereist en 5) de architect is in ieder verslag van de bouwvergaderingen als directievoerder genoemd en heeft daarbij de opdracht de meer- en minderwerklijsten bij te houden.

Gegeven deze omstandigheden kwamen arbiters tot het oordeel dat aannemer op grond van hetgeen in de branche gebruikelijk is ervan mocht uitgaan dat de directievoerende architect in alle zaken het werk betreffende de opdrachtgever vertegenwoordigde, tenzij uit feiten en omstandigheden anders zou blijken. Uit niets blijkt echter, aldus arbiters, dat de opdrachtgever de aannemer heeft laten weten dat de opdracht tot directievoering niet volledig was en welke dan wel de beperkte rol van de architect tijdens de bouw was.

Arbiters voegden aan deze overwegingen nog als slot toe dat de enkele omstandigheid dat de opdrachtgever ook zelfstandig ingreep in het uitvoeringsproces aan het voorgaande niet afdoet: die bevoegdheid heeft een opdrachtgever altijd, nu hij de eindverantwoordelijkheid voor zijn eigen gebouw houdt.

Voor een in het bouwrecht opgegroeide advocaat is deze uitspraak natuurlijk zo logisch als maar zijn kan , maar de uitspraak toont wel aan dat er in het bouwrecht nog altijd partijen zijn te vinden die onmogelijke stellingen proberen te verdedigen, met als eindresultaat onbegrip en frustratie.


Charles Smit is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied bouwrecht

Directievoering van de architect