icon

Hoge Raad: geen leges voor Wob-verzoek

In een eerdere weblog ben ik al ingegaan op een arrest van Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 december jl., waarin is uitgemaakt dat het niet is toegestaan leges te heffen voor het openbaar maken van documenten in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Hoge Raad heeft nu bij arrest van 8 februari 2013 het oordeel van het Gerechtshof in stand gelaten.

Openbaarmaking van informatie naar aanleiding van een Wob-verzoek houdt niet in overheersende mate verband met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Dit betekent dat een gemeente geen leges aan de burger in rekening mag brengen voor de werkzaamheden die gepaard gaan met de behandeling en uitvoering van het Wob-verzoek. Slechts wanneer het gaat om de vorm waarin de verzoeker de gegevens wenst te ontvangen, is er sprake van een individualiseerbaar belang. Hiervoor mag de gemeente wel kosten in rekening brengen.

Juridisch kan dit als volgt worden toegelicht. Artikel 229 lid 1, onderdeel b van de Gemeentewet biedt de gemeente de mogelijkheid om kosten in rekening brengen aan burgers voor het genot van door de gemeente verstrekte diensten, zogeheten leges. Het is vaste rechtspraak dat door of vanwege het gemeentebestuur verrichte werkzaamheden als een dienst in de zin van artikel 229, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet kunnen worden aangemerkt, indien die werkzaamheden rechtstreeks en in overheersende mate verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang.

Houden de werkzaamheden verband met het algemeen belang dan is het niet mogelijk op grond van dit artikel leges te heffen. De concrete vraag is dus of met de werkzaamheden met betrekking tot inwilliging van een Wob-verzoek het individueel belang is gediend dan wel het algemeen belang.

De Hoge Raad overweegt dat uit artikel 2 van de Wob volgt dat overheidsinformatie in beginsel openbaar is, tenzij andere, zwaarder wegende belangen dat beletten. Deze openbaarheid dient het algemene belang van een goede en democratische bestuursvoering. Volgens artikel 3, lid 1, van de Wob kan een ieder verzoeken om informatie die is neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid. Dit brengt meer dat een verzoeker bij zijn verzoek geen belang behoeft te stellen. Hieruit volgt derhalve dat het bestuursorgaan bij de behandeling van een Wob-verzoek geen acht mag slaan op het belang van de verzoeker bij het verzoek.

Volgens de Hoge Raad moet uit de voornoemde bepalingen worden afgeleid dat de openbaarmaking van informatie naar aanleiding van een Wob-verzoek, niet in overheersende mate verband houdt met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Er is derhalve geen sprake van dienstverlening als bedoeld in artikel 229, lid 1, letter b, van de Gemeentewet. Er mogen daarom geen leges in rekening worden gebracht. Dit geldt echter niet voor zover het gaat om de vorm waarin de verzoeker de gegevens wenst te ontvangen. Hiermee is wel in het bijzonder een particulier belang gediend en is er wel sprake van dienstverlening als bedoeld in artikel 229, lid 1, letter b, van de Gemeentewet. Dit betekent concreet dat wanneer uitvoering is gegeven aan een ingewilligd Wob-verzoek door het vervaardigen van kopieën van documenten en uittreksels of samenvattingen van de inhoud daarvan, de gemeente aan de verzoeker de kosten daarvan in rekening mag brengen.

Het is goed dat de hoogste rechtelijke instantie zich over deze kwestie heeft uitgesproken. Zoals ik in mijn eerdere weblog reeds schreef moeten burgers informatie kunnen opvragen om de overheid te kunnen controleren en daar moeten geen onnodige (financiële) barrières tegen worden opgeworpen.


Yordy Soffner is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied column

Hoge Raad: geen leges voor Wob-verzoek