icon

Klachtplicht en onderzoek

Op grond van artikel 7:23 BW verliest een koper zijn recht op beroep op non-conformiteit, wanneer hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek redelijkerwijs had ‘behoren te ontdekken', of in sommige gevallen ‘na de ontdekking', daarvan kennis heeft gegeven aan de verkoper. Achtergrond is bescherming van de verkoper tegen late en daardoor moeilijk te betwisten klachten. Bij consumentenkoop wordt aangenomen dat deze termijn twee maanden bedraagt, voor het overige geldt hiervoor geen vast uitgangspunt, zo is nog eens specifiek bepaald in een arrest van de Hoge Raad uit juni 2007.

Wanneer de koper een vermoeden heeft van een mogelijk gebrek, komt het bij een complexe zaak regelmatig voor dat -alvorens te klagen bij de verkoper- de koper een onderzoek instelt naar de aanwezigheid en omvang van het mogelijke gebrek. Wanneer de koper vervolgens te lang wacht, kan de verkoper in rechte als verweer voeren dat niet ‘binnen bekwame tijd' is geklaagd. In de rechtspraak zijn hierover een aantal uitgangspunten naar voren gekomen, met name in de arresten van de Hoge Raad van 23 november 2007, en het vervolg daarop van 25 maart 2011.

Het betrof een zaak waarbij de koper een verkoper van een perceel grond met daarop een tankstation aansprakelijk stelde voor schade doordat de grond verontreinigd bleek te zijn. De Hoge Raad noemt en herhaalt hier de volgende aspecten:

– De termijn van de onderzoeks- en klachtplicht zijn afhankelijk van onder andere de aard van de gekochte zaak en het gebrek, de deskundigheid van de koper en de ingewikkeldheid van het benodigde onderzoek.

– Naarmate de koper gezien de overeenkomst en de gang van zaken erop mag vertrouwen dat er niks mis is met de zaak, zal van hem minder snel een (voortvarend) onderzoek mogen worden verwacht. Ter zake was bijvoorbeeld relevant dat de koper op grond van het bepaalde in de transportakte ervan mocht uitgaan dat de grond van het tankstation was gesaneerd.

– In beginsel mag de koper de uitslag van het onderzoek afwachten zonder de verkoper van het onderzoek op de hoogte te brengen.

– Wanneer echter mag worden verwacht dat met het onderzoek een lange tijd zal duren, of dit tijdens de loop daarvan blijkt, dient de koper hierover kennis te geven.

– Daarbij is bepalend in hoeverre de belangen van de verkoper al dan niet zijn geschaad. Is dat niet het geval, dan kan de verkoper de koper niet minder snel een gebrek aan voortvarendheid verwijten.

Hoofdregel is dus dat een koper de uitslag van een onderzoek mag afwachten alvorens nadere stappen te ondernemen. Wanneer echter te verwachten is dat het onderzoek een lange tijd zal duren, dan dient daarover een bericht aan de verkoper verzonden te worden. Daarbij kan uiteraard weer uitgebreid gediscussieerd worden over de vraag wat een ‘lange tijd' is. Hoe dan ook is het raadzaam om een onderzoek naar een mogelijk gebrek voortvarend in te stellen en vervolgens tijdig een klachtbrief te zenden. Vervolgens is het van belang op te blijven letten, omdat na die klachtbrief bij koop een verjaringstermijn van twee jaar gaat lopen.


Pjotr Lanting is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied vastgoed

Klachtplicht en onderzoek