icon

Relatie tussen garantie en verborgen gebreken-termijn in de UAV

Vaak wordt in een bestek op een onderdeel van het werk een garantie geformuleerd die de aannemer gedurende een bepaalde periode dient te geven – de garantie voor een onderdeel als bedoeld in § 22 van de UAV zoals deze ook wel wordt genoemd -, en dan rijst de vraag wat de relatie van deze garantie is tot de verborgen gebreken-termijn van 5 jaar uit § 12 van de UAV.

In het Tijdschrift voor Bouwrecht van deze maand is hierover een hoger beroep-uitspraak gepubliceerd van de Raad van Arbitrage voor de Bouw van 8 januari 2013 (TBR 2013/71), met een noot van Pim Herber.

De zaak betrof de bouw van een beweegbare, stalen basculebrug, inclusief de elektro-hydraulische aandrijving. Centraal stond de vraag of de aannemer aansprakelijk is voor de door corrosie van de zuigerstangen in de hydraulische cilinders veroorzaakte afschilvering van de keramische slijtlaag op die zuigerstangen.

In het bestek was bepaald dat de aannemer diende te garanderen dat gedurende 3 jaar na oplevering de keramische slijtlaag geen afschilvering zou vertonen, en ook dat het staal van de zuigerstangen niet zou corroderen. De afschilvering kwam aan het licht na verloop van de garantietermijn, maar vóór het verlopen van de 5 jaars-termijn van § 12. De opdrachtgever had het geschil tijdig voor het verstrijken van deze 5 jaars-termijn bij de Raad van Arbitrage aanhangig gemaakt.

De aannemer stelde zich op het standpunt dat de garantietermijn was verlopen, en dat hij dus niet meer kon worden aangesproken. Arbiters in eerste aanleg overwogen echter dat de opdrachtgever zich niet beriep op de garantie, maar op een verborgen gebrek, en dat de betekenis van de § 22-garantie alleen maar een verlenging van de bewijslastverdeling inhoudt zoals deze ook geldt vóór de oplevering van het werk (dat wil zeggen de bewijslast ligt in principe bij de aannemer, in die zin dat deze dient aan te tonen dat het gebrek niet aan hem kan worden toegerekend). De verborgen gebreken-termijn van 5 jaar valt echter niet weg of wordt niet verkort.

Appel-arbiters waren het met dit oordeel, in dit specifieke geval, niet eens. Weliswaar onderschrijven zij wat arbiters in eerste aanleg overwogen, namelijk dat in zijn algemeenheid de § 22-garantie de verborgen gebreken-termijn van 5 jaar onverlet laat, maar zij constateerden dat de garantie in de onderhavige zaak een zeer precieze beschrijving gaf van wat zich gedurende de garantietermijn niet mocht voordoen, waaronder geen afschilvering en geen corrosie.

Bij een zo precieze omschrijving van wat opdrachtgever gedurende 3 jaar eist, zo overwogen appel-arbiters, mag de aannemer ervan uitgaan dat na deze 3 jaar hij ten aanzien van deze specifieke eisen niet meer aansprakelijk is. Dit betekende dat de vordering van opdrachtgever in hoger beroep strandde.

Pim Herber zet in zijn noot, naar ik meen terecht, vraagtekens bij deze uitkomst. Het betekent dat hoe preciezer de garantie is geformuleerd, des te minder mogelijkheden de opdrachtgever heeft om de aannemer, na afloop van de garantietermijn, nog aan te spreken op gebreken die onder de garantie vielen. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Hij adviseert opdrachtgevers, en dat lijkt mij verstandig, voortaan standaard in het bestek, bij de bepalingen die over de garantie gaan, de zin op te nemen dat de garantie onverlet laat dat de opdrachtgever na afloop van de garantietermijn de aannemer voor de in de garantie omschreven punten kan aanspreken op basis van een verborgen gebrek (dus op basis van § 12).


Charles Smit is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied bouwrecht

Relatie tussen garantie en verborgen gebreken-termijn in de UAV