icon

Advertentie voor illegale onderverhuur: slecht huurderschap?

Indien een verhuurder van woonruimte de huurovereenkomst wenst te beëindigen tegen de wil van de huurder, is tussenkomst van de rechter vereist. De rechter kan een beëindigingsvordering van de verhuurder (onder meer) toewijzen indien de huurder zich niet heeft gedragen zoals een goed huurder betaamt. Een voorbeeld van ‘slecht huurderschap' is het zonder toestemming van de verhuurder onderverhuren van de woonruimte.

De kantonrechter te Amsterdam diende eind vorig jaar (niet geplaatst op rechtspraak.nl, vindplaats: WR 2013/87) de vraag te beantwoorden of het (buiten medeweten van de verhuurder) plaatsen van een advertentie online door de huurder tot het onderverhuren van het gehuurde (nog voordat sprake is van daadwerkelijk onderverhuren) reeds slecht huurderschap oplevert.

In de huurovereenkomst was bepaald dat het de huurder verboden was om het gehuurde zonder schriftelijke toestemming van de verhuurder onder te verhuren. De kantonrechter stelde vast dat de huurder de woning voor onbepaalde tijd te huur had aangeboden op de website www.kamertje.nl. De huurder had een vergoeding van € 900 (inclusief gas, water en elektriciteit) gevraagd. Deze huurprijs was meer dan twee keer zo hoog als de door de huurder aan de verhuurder te betalen huurprijs.

Door het plaatsen van de advertentie had de huurder volgens de kantonrechter in ieder geval de schijn gewekt dat hij de intentie had om de woning onder te verhuren en daarbij winst te maken. Dit werd ook bevestigd door uitlatingen die de huurder had gedaan richting de verhuurder. De kantonrechter was dan ook van mening dat de huurder een poging had gedaan om het gehuurde onder te verhuren.

Volgens de kantonrechter stond daarmee echter niet vast dat de huurder het gehuurde ook feitelijk had onderverhuurd. Strikt bezien had de huurder niet in strijd met het contractuele onderverhuurverbod gehandeld. Aangenomen moest echter worden dat de enige reden dat het niet tot een daadwerkelijke onderverhuur was gekomen was gelegen in het optreden van de medewerkers van de verhuurder. Voldoende aannemelijk was dat er geen sprake was van een vrijwillige terugtred zijdens de huurder, en dat de huurder de woning zou hebben onderverhuurd als de medewerkers niet op de advertentie waren gestuit. Door het plaatsen van de advertentie, in combinatie met de uitlatingen richting de verhuurder, had de huurder het gehuurde volgens de kantonrechter niet gebruikt als een goed huurder. Een goed huurder dient zich volgens de kantonrechter immers ook te onthouden van pogingen om in strijd met de bepalingen van de huurovereenkomst te handelen. Dit gold in casu temeer omdat onderverhuur zonder voorafgaande toestemming expliciet verboden was. De huurder was derhalve tekort geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst.


Christopher Seine is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied huurrecht

Advertentie voor illegale onderverhuur: slecht huurderschap?