icon

Het appelverbod bij een huurprijswijziging

Op 14 juni 2013 heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan omtrent het appelverbod genoemd in artikel 7:262 lid 2 BW. Op grond van artikel 7:262 BW kan de verhuurder of huurder nadat de huurcommissie een uitspraak heeft gedaan over bijvoorbeeld de redelijkheid van de aanvangshuurprijs en een van de partijen het niet eens is met deze uitspraak zich wenden tot de kantonrechter. De kantonrechter zal dan een uitspraak doen omtrent het oordeel van de huurcommissie. Vanwege het appelverbod genoemd in artikel 7:262 lid 2 BW staat tegen de beslissing van de kantonrechter geen hoger beroep of cassatie open.

In dit arrest wenden de huurders zich tot de huurcommissie met het verzoek tot verlaging van de huurprijs. De huurcommissie oordeelt dat de verlaging van de huurprijs van € 1033,73 naar € 761,37 per maand redelijk is. De verhuurder heeft daarna bij de kantonrechter gevorderd dat de kantonrechter de uitspraak van de huurcommissie van 12 juli 2004 vernietigt, althans de huurders niet-ontvankelijk verklaart in hun verzoek tot huurprijsverlaging dan wel de huurprijs vaststelt.

De kantonrechter heeft de beslissing van de huurcommissie van 12 juli 2004 vernietigd en bepaald dat de huurprijs per 1 maart 2004 gehandhaafd blijft op € 1033,73 per maand. De kantonrechter is tot deze uitspraak gekomen door de conclusie dat in casu bijstelling van de huur naar beneden in strijd is met art. 1 Eerste Protocol EVRM, welk oordeel de kantonrechter heeft doen steunen op een waardering van de feiten en omstandigheden van het geval.

De huurders gaan in hoger beroep tegen de uitspraak van de kantonrechter. Het Hof oordeelt dat artikel 7:262 lid 2 in casu niet aan de ontvankelijkheid van huurders in het door hen ingestelde hoger beroep in de weg staat, nu huurders een doorbrekingsgrond van het appelverbod hebben gesteld, te weten dat de kantonrechter de huurprijswetgeving ten onrechte niet heeft toegepast dan wel buiten het toepassingsgebied van de artikelen 7:246-265 BW is getreden. Het Hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en stelt de huurprijs van de woning op € 849,96 per maand.

De verhuurder gaat in cassatie. De huurder beroept zich op het appelverbod van artikel 7:262 lid 2 BW. De Hoge raad stelt dat de kantonrechter niet buiten het toepassingsgebied van artikelen 7:246-265 BW is getreden en derhalve het appelverbod in deze zaak gewoon geldt. De kantonrechter is er namelijk vanuit gegaan dat het onderhavige geval wordt bestreken door de huurprijswetgeving, zoals vervat in art. 7:246-265 BW, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en het Besluit huurprijzen woonruimte. Vervolgens heeft de kantonrechter, gegeven de toepasselijkheid van de huurprijswetgeving op het onderhavige geval, onderzocht of de door huurder verlangde verlaging van de huurprijs, in het licht van de concrete feiten en omstandigheden, tot een resultaat zou leiden dat strijdig is met de door verhuurder ingeroepen bescherming van zijn eigendomsrecht op de voet van art. 1 Eerste Protocol EVRM. Dit onderzoek heeft de kantonrechter geleid tot het oordeel dat de verlangde huurprijsverlaging in strijd zou komen met art. 1 Eerste Protocol EVRM.

Het appelverbod van artikel 7:262 lid 2 BW geldt dus ook als een kantonrechter, in een procedure als hierboven besproken, oordeelt dat bijstelling van de huur naar beneden in strijd is met art. 1 Eerste Protocol EVRM. Het gevolg van deze uitspraak is dat de kantonrechter in dergelijke zaken het laatste woord heeft. Of de Hoge Raad het eens is met het oordeel van de kantonrechter in deze zaak zullen we hierdoor niet te weten komen.


Bob van de Boom is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied huurrecht

Het appelverbod bij een huurprijswijziging