icon

Wettelijke huurprijsbepalingen niet in strijd met EVRM

Op 4 april 2014 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de vraag of de wettelijke huurbeschermings- en huurprijsbepalingen voor huur van woonruimte een ongeoorloofde inbreuk vormen op het eigendomsrecht van een verhuurder.

Het gaat in dit arrest om een geschil tussen een verhuurder en de huurder omtrent de huur van een woning gelegen in Amsterdam. De huurder betaalde bij de aanvang van de huurovereenkomst een huurprijs van (omgerekend) € 354,67 per maand. De verhuurder vond dat te laag en vorderde (onder meer) verhoging van de huurprijs. Dat bleek echter niet mogelijk; de huurprijs kan niet zomaar worden verhoogd en moet worden bepaald volgens het wettelijk vastgelegd puntensysteem.

In deze procedure doet de verhuurder een beroep op artikel 1 Eerste Protocol EVRM en een uitspraak van het EHRM op 19 juni 2006, nr. 35014/97 (Hutten-Czapska/Polen). In deze uitspraak heeft het EHRM geoordeeld of het Poolse huurrecht een ongeoorloofde inbreuk vormde op het eigendomsrecht van de verhuurder Hutten-Czapska. Volgens de verhuurder geldt dat ook voor de wettelijke huurprijsbepalingen in Nederland.

Op 24 april 2012 heeft het gerechtshof Amsterdam arrest gewezen. Het hof gaat niet mee met de manier waarop de verhuurder de rechtspraak van het EHRM heeft uitgelegd. Het hof stelt dat op basis van art.1 Eerste Protocol EVRM eenieder recht heeft op het ongestoorde genot van zijn eigendom. Op grond van de tweede volzin van dit artikel laat dit onverlet dat eigendom door de overheid mag worden gereguleerd in overeenstemming met het algemeen belang, bijvoorbeeld door huurbeschermings- en huurprijsmaatregelen in te voeren. Die bevoegdheid kent echter grenzen. Het hof overweegt dat op grond van vaste rechtspraak van het EHRM een inmenging in het eigendomsrecht door de overheid:

– bij wet dient te zijn voorzien;
– niet in strijd mag komen met het rechtszekerheidsbeginsel en het verbod van willekeur;
– een gerechtvaardigd algemeen belang moet dienen;
– proportioneel moet zijn, in de zin dat een “fair balance” moet bestaan tussen de eisen van het algemeen belang en de bescherming van de rechten van de betrokkene; en
– geen onevenredige last (“excessive burden”) mag leggen op de betrokkene.

De huurprijsmaatregelen en huurbescherming, waarvan de verhuurder stelt dat deze een inbreuk vormen op het eigendomsrecht van de verhuurder, voldoen volgens het hof aan deze voorwaarden.

In cassatie heeft de Hoge Raad de uitspraak van het hof bekrachtigd. Volgens de Hoge Raad heeft het hof de juiste maatstaven aangelegd. De Nederlandse wettelijke huurbeschermings- en huurprijsbepalingen voor huur van woonruimte vormen in dit geval dus geen ongeoorloofde inbreuk op het eigendomsrecht van de verhuurder, zoals voorzien in artikel 1 Eerste Protocol EVRM.


Bob van de Boom is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied huurrecht

Wettelijke huurprijsbepalingen niet in strijd met EVRM