icon

Dwaling bij aangaan borgtocht en de zorgplicht van de crediteur

Het arrest Van Lanschot Bankiers/Bink (HR 1 juni 1990, NJ 1991, 759) betrof een beroep op dwaling van Bink – de moeder van de hoofschuldenaar – die zich jegens de bank borg had gesteld voor een bankkrediet aan haar zoon. De zoon wenste dit bankkrediet te gebruiken voor een deelneming in een onderneming, waarvan de financiële situatie naderhand zwakker bleek te zijn dan ten tijde van het aangaan van de borgtocht het geval leek. Bink probeerde de borgtocht met een beroep op dwaling te vernietigen.

Kon de bank betogen dat het gevaar van ondoordachtheid of misplaatst vertrouwen op een goede afloop voor rekening van Bink moest blijven? De Hoge Raad overwoog dat dat onder deze omstandigheden niet kon: een bank is in de regel beter in staat om te beoordelen welk risico de borg loopt. Alleen als de bank zou kunnen aantonen dat zij de borg op de juiste wijze omtrent die risico’s heeft voorgelicht zou zij met succes kunnen stellen dat het risico op de borg rust.

In maart van dit jaar werd een vergelijkbare kwestie aan de Hoge Raad voorgelegd.

Een curator sluit een vaststellingsovereenkomst. Met de echtgenote van zijn contractspartij sluit hij een overeenkomst van borgtocht voor de nakoming van die vaststellingsovereenkomst. Wanneer de borg wordt aangesproken verweert zij zich met de stelling – zeer kort gesteld – dat zij heeft gedwaald over de inhoud van de vaststellingsovereenkomst. Zij had de overeenkomst van borgtocht zonder meer getekend, de toenmalige curator had haar voor de risico’s van die vaststellingsovereenkomst moeten waarschuwen. In de overeenkomst van borgtocht was een bepaling opgenomen waarin de borg verklaarde bekend te zijn met de risico’s.

De rechtbank verwierp het beroep op dwaling. Het hof wijst haar beroep op dwaling echter toe. Bij het aangaan van de borgtocht zou haar verklaring – gericht op het aangaan van de borgtocht – niet hebben overeengestemd met haar wil (art. 3:35 BW). De echtgenote kan daar een beroep op doen indien zij zich niet bewust was van de risico’s die zij bij het aangaan van de borg liep.

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof. De maatstaf zoals geformuleerd in Van Lanschot Bankiers/Bink geldt niet in deze context. Immers, de curator is niet – zoals de bank – een professionele kredietverstrekker. De borgtocht is afgegeven in de context van het beheer en de vereffening van de boedel door de curator. De curator vervult die taak in de eerste plaats ten behoeve van de gezamenlijke crediteuren. Op de curator rust niet de zorgplicht die voor professionele kredietverstrekkers voortvloeit uit hun maatschappelijke positie en deskundigheid.

De Hoge Raad overweegt dat het hof ‘door aansluiting te zoeken bij de rechtsregel van het […] arrest Van Lanschot Bankiers/Bink, het zij blijk gegeven [heeft] van een onjuiste rechtsopvatting hetzij zijn oordeel onvoldoende [heeft] gemotiveerd’ en nuanceert aldus expliciet de ruime uitleg die het hof aan dit arrest geeft: de zorgplicht van de curator jegens de borg is niet dezelfde als de zorgplicht die de professionele kredietverstrekker in acht heeft te nemen.


Sascha Guillaume is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot onderstaande contactpersoon van het praktijkgebied financiering en Zekerheden.

Heeft u vragen?

This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Dwaling bij aangaan borgtocht en de zorgplicht van de crediteur