icon

Het passeren van gebreken in besluiten

Niet ieder gebrek in een besluit van een bestuursorgaan leidt tot een vernietiging van dat besluit. Een rechter kan een gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht passeren als het aannemelijk is dat een belanghebbende daardoor niet is benadeeld.

Een voorbeeld van een gebrek dat kan worden gepasseerd, is een schending van een vormvoorschrift. In een uitspraak van 4 februari 2015 oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het onjuiste publiceren van een voornemen tot en de verleende bouwvergunning zelf een gebrek is dat met 6:22 Awb gepasseerd kan worden. Appellant en anderen zijn door dit gebrek niet benadeeld. Ze hebben in de bezwaarfase hun bezwaren tegen de verleende bouwvergunning naar voren kunnen brengen en dat ook hebben gedaan.

Zelfs bevoegdheidsgebreken kunnen soms met artikel 6:22 Awb worden gepasseerd, zo laat de Afdelingsuitspraak van 11 februari 2015 zien, terwijl dit artikel zich naar de aard van het gebrek normaal gesproken hier niet voor leent. In deze zaak had een senior medewerker van de IND twee besluiten genomen namens de staatssecretaris en de minister van Justitie. Achteraf bleek dat de bevoegdheid niet bij Justitie lag, maar bij de minister van Buitenlandse Zaken. Het toeval wil dat de IND-medewerker ook het mandaat heeft om besluiten te nemen namens de minister van Buitenlandse Zaken. De bevoegde minister heeft één dag voor de zitting verklaard dat hij de besluiten en de overwegingen waarop deze zijn gebaseerd, voor zijn rekening neemt. Voor de Afdeling is dat kennelijk genoeg en passeert het gebrek.


Claudia Koenen is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied bestuursrecht

Het passeren van gebreken in besluiten