icon

Verkoper grond moet dooronderhandelen met projectontwikkelaars

Op 5 februari 2015 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag geoordeeld over de verplichting tot dooronderhandelen bij verkoop van onroerend goed.

In deze zaak hebben projectontwikkelaars het voornemen grond te kopen ten behoeve van de ontwikkeling van woningen. De projectontwikkelaars sloten daarom een intentieovereenkomst met de eigenaar van de grond. Zoals de naam van de overeenkomst al aangeeft is in deze overeenkomst de intentie opgenomen om tot verkoop van de grond aan de projectontwikkelaars te komen.

Omdat de verkoper de onderhandeling heeft afgebroken vorderen de projectontwikkelaars in een kort geding procedure dat de onderhandelingen weer worden voortgezet.

Bij de beoordeling van deze vordering verwijst de voorzieningenrechter eerst naar een arrest van de Hoge Raad, waaruit volgt dat ieder van de onderhandelende partijen vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigde vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij.

Met betrekking tot het onderhavige geval oordeelt de voorzieningenrechter dat het de verkoper van de grond niet vrij stond de onderhandelingen af te breken. Hierbij acht de voorzieningenrechter het volgende van belang. Partijen hadden overeenstemming bereikt over essentialia van de koopovereenkomst. Er was slechts nog sprake van marginale discussiepunten. Over de aanpak van deze discussiepunten zijn specifieke afspraken tussen partijen gemaakt. Op verzoek van de verkoper zouden de projectontwikkelaars namelijk nadere voorstellen doen die tot doel hadden de ter discussie staande punten op te lossen. Daarom is volgens de voorzieningenrechter bij de projectontwikkelaars het gerechtvaardigde vertrouwen ontstaan dat een overeenkomst over de koop van de grond tot stand zou komen.

Dat de verkoper de vertraging van de onderhandelingen, die door haarzelf is ontstaan, heeft aangegrepen om de onderhandelingen af te breken acht de voorzieningenrechter onaanvaardbaar. Hierbij speelt een rol dat op grond van de intentieovereenkomst partijen exclusief met elkaar onderhandelden.

Kortom, het stond de verkoper van de grond niet vrij om de onderhandelingen af te breken.


Bob van de Boom is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied vastgoed

Verkoper grond moet dooronderhandelen met projectontwikkelaars