icon

Hof Den Bosch biedt onverwachte route voor geëxecuteerde wiens goederen zijn verkocht

Zo af en toe gebeurt het dat een rechter een uitspraak doet waarvan de mogelijke impact op de praktijk zo groot is, dat die op voorhand niet is te overzien. Het Gerechtshof Den Bosch deed zo'n uitspraak op 17 mei 2016.

Er speelde het volgende. De Rechtbank Maastricht had in februari 2011 A veroordeeld om aan B een bedrag van € 1.000.000 te betalen en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. A betaalde niet en ging in hoger beroep van het vonnis. Maar omdat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad was verklaard, mocht B het vonnis ondanks het hoger beroep executeren.

B deed dat door beslag te leggen op het weiland en twee percelen (hierna: OG) van A en het vervolgens te laten veilen. A probeerde de veiling nog te voorkomen door een kort geding tegen B, maar kreeg van de kortgedingrechter ongelijk. Zijn OG werd op een openbare veiling ten overstaan van een notaris verkocht in april 2012. Koper C was op de veiling de hoogste bieder en aan hem werd het OG dus gegund.

In juli 2013 gaf het gerechtshof A in het door hem ingestelde hoger beroep alsnog gelijk. Normaal gesproken zou het gerechtshof in zo’n situatie – mits A dat had gevorderd – bepalen dat B aan A de schade moest vergoeden die A had geleden door de executie, om te beginnen door afdracht van de koopsom die hij op de veiling van C had gekregen. Maar zo ging het in deze zaak niet.

In plaats daarvan richtte A zijn pijlen op C, de veilingkoper.

A begon een afzonderlijke procedure tegen C en stelde dat C op de veiling nooit eigenaar van het OG was geworden. B was op de veiling in juridische zin de verkoper van het OG van A. Het vonnis waarbij B de bevoegdheid kreeg om het OG van A te veilen, was vernietigd en die vernietiging heeft terugwerkende kracht. Achteraf moest daarom worden vastgesteld dat B de bevoegdheid nooit had gehad om te veilen. Daardoor kòn B de eigendom van het OG van A niet overdragen aan C.

De Rechtbank Oost-Brabant stelde in eerste instantie C in het gelijk. De rechtbank vond dat de bevoegdheid van B om het OG van A te veilen niet achteraf moest worden beoordeeld maar naar het moment van de veiling. Op het moment van de veiling was B daartoe gewoon bevoegd om basis van het vonnis van de Rechtbank Maastricht.

Maar A ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Bosch. Dat hof was het niet eens met de Rechtbank Oost-Brabant en gaf A alsnog gelijk:

In het onderhavige geval is gebleken dat de op 12 april 2012 [de dag van de veiling] nog bestaande executoriale titel van de verkoper [het vonnis van de Rechtbank Maastricht] (…) nooit heeft bestaan. Het vonnis waarbij [A] werd veroordeeld om aan [B] onder meer € 1.000.000,- te betalen, welk bedrag [B] in handen wenste te krijgen door verkoop van het weiland van [A] , is immers vernietigd. Een dergelijk vernietigd vonnis wordt geacht nooit te zijn gewezen (…).

Het hof voegde daaraan toe:

Veilingkopers worden geacht te weten dat op grond van een dergelijke titel mag worden geveild, omdat deze titel bijvoorbeeld uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, maar dat dergelijke titels (nog) niet onherroepelijk zijn. Indien een veilingkoper nalaat aan de veilingnotaris te vragen of de betreffende titel onherroepelijk is, komt dit voor zijn risico.

Het gerechtshof vindt dus dat de positie van C als veilingkoper niet beschermd wordt. Het hof veroordeelde C om het weiland en de percelen te ontruimen op straffe van een dwangsom en bepaalde dat in het kadaster moest worden geregistreerd dat A altijd eigenaar is gebleven.

Het ligt voor de hand dat C van het arrest van het Gerechtshof Den Bosch in cassatie zal gaan bij de Hoge Raad. Als de Hoge Raad het oordeel in stand zou laten (wat ik mij eerlijk gezegd niet kan voorstellen) maar ook gedurende de tijd dat de Hoge Raad zich nog niet over de zaak heeft uitgelaten, kunnen de gevolgen van het arrest van 17 mei 2016 enorm zijn.

De consequentie van de redenering van het Hof Den Bosch is immers dat iedere schuldeiser die een rechterlijke uitspraak executeert die nog niet onherroepelijk is (omdat daar nog hoger beroep of cassatie van mogelijk is), geen onvoorwaardelijke eigendom kan verschaffen aan de koper. Of het nu gaat om de executie van een huis, een fiets, aandelen in een B.V. of een debiteurenvordering. In alle gevallen waarin wij er steeds van uit zijn gegaan dat iemand die ten overstaan van een deurwaarder of een notaris koopt, ook daadwerkelijk eigenaar wordt, komt dat nu op losse schroeven te staan.

Dat brengt niet alleen voor de kopers grote onzekerheden met zich. Zo is het ook maar de vraag of degene aan wie de veilingkoper doorverkoopt, eigenaar kan worden. En hoogstwaarschijnlijk kan de bank die de koop van OG op een veiling financiert, geen hypotheekrecht verkrijgen. Dat terwijl de bank van de geëxecuteerde (in het voorbeeld hiervoor: A), wèl zijn hypotheekrecht heeft verloren door de veiling. In de wet staat namelijk met zoveel woorden dat door veiling hypotheekrechten vervallen. En dan nog de positie van de executant (B). De veilingkoper C zal B aanspreken omdat C heeft gekocht van B, maar B hem geen eigendom heeft verschaft. B zal C dus schadeloos moeten stellen.

Het oordeel van het Hof Den Bosch maakt directe executie van de meeste Nederlandse vonnissen feitelijk onmogelijk. Maar het biedt ook kansen voor personen wier eigendommen recentelijk of langer geleden executoriaal zijn verkocht en die vervolgens van een hogere rechter alsnog gelijk hebben gekregen. Wanneer zij genoegen hebben genomen met een schadevergoeding van hun oorspronkelijke wederpartij, kunnen zij met het arrest van het Hof Den Bosch in de hand mogelijk stellen dat zij altijd eigenaar zijn gebleven van hun goederen.

Mocht u uw zaak willen laten (her)beoordelen naar aanleiding van dit arrest van het Hof Den Bosch, dan zijn wij u daarbij uiteraard graag van dienst.


Peter Bos is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied incasso

Hof Den Bosch biedt onverwachte route voor geëxecuteerde wiens goederen zijn verkocht