icon

Drugspanden en civielrechtelijke ontruiming II

Reeds eerder bespraken wij dat indien in of bij een woning middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijsten I en II worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn, de burgemeester bevoegd is de woning te sluiten (artikel 13b lid 1 Opiumwet, de zogeheten “burgemeesterssluiting”). Als de overtredende bewoner de woning huurt, kan de verhuurder van die woning op grond van artikel 7:231 lid 2 BW in dat geval de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbinden.

De kantonrechter te Rotterdam diende recent te beslissen of een verhuurder die de huurovereenkomst op voornoemde grond had ontbonden, tot ontruiming mocht overgaan van de (ex)-huurder.

De kantonrechter stelt voorop dat de vordering van de verhuurder kan worden toegewezen als aannemelijk is dat de bodemrechter tot het oordeel komt dat de huurovereenkomst terecht buitengerechtelijk is ontbonden. Bij de vraag of dit aannemelijk is moet bedacht worden dat het niet uitgesloten is dat het besluit tot sluiting van de burgemeester in bezwaar en beroep daartegen geen stand houdt, aldus de kantonrechter. De kantonrechter moet zich een oordeel vormen over de kans dat het besluit wordt vernietigd. Is het besluit al wel onherroepelijk, en staat dus vast dat de verhuurder het recht had de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden, dan moet vervolgens nog wel worden beoordeeld of het gebruik maken van dat recht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, waarbij getoetst moet worden of de gevolgen van de ontruiming evenredig zijn aan het doel ervan en waarbij rekening moet worden gehouden met het woonbelang van de huurder, aldus nog steeds de kantonrechter.

De huurder voert kort gezegd aan dat het besluit van de burgemeester onzorgvuldig tot stand is gekomen en dat dit besluit daarom geen stand kan houden, hetgeen meebrengt dat de door de verhuurder gevorderde ontruiming niet zou mogen worden toegewezen.

De kantonrechter acht echter de kans dat de bodemrechter tot het oordeel komt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de verhuurder gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om de huurovereenkomst na de burgemeesterssluiting buitengerechtelijk te ontbinden, niet dusdanig groot is dat dit aan toewijzing van de ontruimingsvordering van de verhuurder in de weg staat. Dat de huurder belang heeft bij behoud van zijn woning behoeft geen betoog, maar het belang van de verhuurder om zorg te dragen voor een rustige en veilige leefomgeving voor de overige huurders van de buurt waar de huurder woont weegt zwaarder. De huurder handelt tegen dat belang van de verhuurder in, aldus de kantonrechter. Niet alleen door de aanwezigheid van pillen en een stroomstootwapen in de woning, maar ook doordat het personen die zich bezighouden met dit soort zaken aantrekt. Deze zaak is aan het rollen gekomen door een melding dat twee mannen met vuurwapens in de woning van de huurder waren. Het is niet ondenkbeeldig dat er een direct verband bestaat tussen de aangetroffen pillen, de drukpers en de versnijdingsmiddelen en de aanwezigheid van deze mannen in de woning. Deze combinatie van factoren tast de openbare orde aan en brengt voor omwonenden gevoelens van onveiligheid teweeg, aldus nog steeds de kantonrechter. Ook voor de verhuurder ligt er een taak in de bestrijding hiervan en daarom maakt zij naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter op goede gronden gebruik van de mogelijkheid de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. De kantonrechter wijst dan ook de ontruimingsvordering van de verhuurder toe.


Christopher Seine is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied huurrecht

Drugspanden en civielrechtelijke ontruiming II