icon

De Rechtspraak in 2016

Onlangs heeft de Rechtspraak haar Jaarverslag 2016 gepubliceerd. Ook dit jaar sprongen er weer een aantal zaken in het oog. Denk aan de zaak over de Pegida-demonstratie (recht op betoging versus de openbare orde en veiligheid), de regels omtrent dronegebruik (vrijheid van nieuwsgaring versus bescherming openbare orde en veiligheid) en natuurlijk het Wildersproces (vrijheid van meningsuiting of aanzetten tot discriminatie?). Maar hoe ziet het grotere plaatje eruit?

Stijgers/dalers

Bij de totale instroom is er een opvallende daling zichtbaar in het aantal aangebrachte zaken. De 11 rechtbanken, 4 gerechtshoven en 2 bijzondere colleges (de centrale Raad van Beroep en het College van beroep voor het bedrijfsleven) kregen in 2016 bijna 1,6 miljoen zaken aangeleverd. Dat waren er niet alleen 95 duizend minder dan in 2015, maar de instroom kwam hiermee op het laagste niveau sinds jaren.

Veruit de grootste instroomafname (-9%) was zichtbaar bij kantonzaken (procedures met een geldelijk belang tot € 25.000,-, maar ook huur- en arbeidszaken). Daarnaast nam het aantal civiele zaken (niet-kanton) iets af (-2%). Desondanks waren beide rechtsgebieden tezamen goed voor zo’n 75% van de totale instroom.

Verder nam de instroom van reguliere bestuursrechtzaken in 2016 af tot 48.000 (-3%). Binnen deze groep zaken is het beeld wisselend. Bijstandszaken, sociale verzekeringszaken en voorlopige voorzieningen namen af, het aantal bouwgerelateerde zaken bleef constant, en bij zaken over het Omgevingsrecht was er een toename zichtbaar.

Opvallende stijgers waren de vreemdelingenzaken (+32%) en belastingzaken (+25%). De stijging van het eerstgenoemde rechtsgebied behoeft helaas weinig uitleg, de stijging van het tweede lijkt verband te houden met een piek aan zaken omtrent de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Het aantal hoger beroepen bleef overigens ongeveer gelijk.

Wraking

Hoewel hiervoor de laatste jaren meer aandacht lijkt te zijn, blijkt verder dat het aantal wrakingsverzoeken ongeveer gelijk is gebleven (rond de 620). Slechts in 4% van de gevallen was de wrakingskamer het met het verzoek eens en trok de rechter zich terug. Een opmerkelijke zaak waarin het wrakingsverzoek wél werd gehonoreerd, blijft deze wat oudere zaak over vastgoedfraude voor de rechtbank Haarlem. De wrakingskamer oordeelde dat de rechter de schijn van vooringenomenheid had gewekt, omdat de rechter tijdens het onderzoek het gedicht ‘De Pruimeboom’ van Hieronymus van Alphen aan partijen had voorgedragen, met de mededeling dat de zaak hem daaraan deed denken:

“Jantje zag eens pruimen hangen,

O! als eijeren zo groot.

’t Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,

Schoon zijn vader ’t hem verbood.

Hier is, zei hij, noch mijn vader,

Noch de tuinman, die het ziet:

Aan een boom, zo vol geladen,

Mist men vijf zes pruimen niet.”

2017: Overgang naar digitaal procederen

Hoewel het bovenstaande wellicht anders doet vermoeden, was 2016 voor de Rechtspraak een relatief rustig jaar met weinig grote wijzigingen. Hoe anders zal dat zijn in 2017, het jaar waarin de Rechtspraak door de komst van KEI (programma Kwaliteit en Innovatie) gaat digitaliseren en er eindelijk een einde komt aan het tijdperk waarin de faxmachine het geëigende apparaat was om met de rechtbanken te communiceren. Vanzelfsprekend is Wieringa Advocaten, zoals eerder vermeld in dit weblog, goed voorbereid op de overgang naar digitaal procederen en organiseert zij hierover verschillende cursussen voor advocaten, overheids- en bedrijfsjuristen.

Bij Wieringa Advocaten zijn voortdurend één of twee ‘student-stagiaires' in dienst: rechtenstudenten die kennismaken met de advocatuur. Bovenstaande bijdrage is tot stand gekomen met hulp van Martijn Kager, student aan de Universiteit van Amsterdam en op dit moment aan Wieringa Advocaten verbonden als student-stagiaire.


Björn Mulder is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied column

De Rechtspraak in 2016