icon

Huurprijswijziging – woonruimte

Eén van de belangrijkste pijlers van het huurrecht is de regulering van de huurprijzen. De gedachte hierachter is dat zonder huurprijsbescherming de huurbescherming een tandenloze tijger zou worden, de verhuurder zou de huur immers dusdanig kunnen verhogen dat een huurder alsnog genoodzaakt is om te verhuizen. Het huurprijzenrecht voor woonruimte is van dwingend recht (artikel 7:265 BW), oftewel hiervan kan niet worden afgeweken in huurovereenkomsten.

In beginsel gelden de huurprijzen die zijn overeengekomen (artikel 7:246 BW), tenzij uit artikel 7:246 e.v. BW iets anders volgt: een overzicht van de belangrijkste mogelijkheden tot huurprijswijzigingen wordt hieronder beschreven.

Binnen 6 maanden na aanvang van de huurovereenkomst

De huurder kan binnen 6 maanden na aanvang van de huur de huurprijs laten toetsen door de huurcommissie op grond van artikel 7:249 BW. De huurcommissie doet dan een uitspraak omtrent de redelijkheid van de overeengekomen huurprijs. In lid 2 van dit artikel wordt hiervan afgeweken met betrekking tot huurovereenkomsten van twee jaar of korter. In dat geval kan de huurder zes maanden na afloop van de voor de eerste keer aangegane huurovereenkomst een dergelijk verzoek aan de huurcommissie doen.

Na 6 maanden na aanvang van de huurovereenkomst

Na het verstrijken van deze periode van 6 maanden bestaat er voor de huurder nog een andere optie op grond van artikel 7:252 en 254 BW. Als de huurder meent dat zijn huur te hoog is of dat deze onterecht boven de maximale huurprijsgrens valt kan de huurder een verzoek tot huurverlaging doen aan de verhuurder. Indien de verhuurder hiermee niet akkoord gaat, kan de huurder de huurcommissie verzoeken een uitspraak te doen over de redelijkheid van het verlagingsvoorstel.

Gebreken

Uit artikel 7:257 BW volgt dat de huurcommissie kan bepalen dat de huurprijs op verzoek van de huurder verlaagd moet worden, omdat het pand een gebrek heeft in de zin van artikel 7:241 BW. Dit verzoek moet worden ingediend binnen zes maanden na de aanvang van de dag volgend op die waarop de huurder de verhuurder in kennis heeft gesteld van het gebrek. Dit betreft een vervaltermijn.

Servicekosten

De servicekosten vallen formeel gezien niet onder de huurprijs (artikel 7:237 lid3 BW), maar zijn toch benoemenswaardig in dit kader. Onder servicekosten wordt de vergoeding verstaan voor de overige zaken en diensten die geleverd worden in verband met de bewoning van de woonruimte. Doorgaans wordt dit door middel van een maandelijks voorschot in rekening gebracht. De verhuurder hoort op grond van artikel 7:259 BW een overzicht te verschaffen van de werkelijke kosten. Ook dit voorschot kan op verzoek van de huurder worden getoetst door de huurcommissie (artikel 7:260 BW). Indien de huurcommissie oordeelt dat de huurder te veel heeft betaald, kan de huurder dat als onverschuldigde betaling terugvorderen.


Marcel Beekman is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied huurrecht

Huurprijswijziging – woonruimte