icon

Aansprakelijkheid van beleggingsadviseurs

Na de uitbraak van de coronapandemie stond de AEX-index op het laagste punt in jaren. Hoe moest een beleggingsadviseur in die situatie omgaan met een emotionele belegger die zijn pensioenbelegging zag verdampen en acuut zijn effectenportefeuille wilde verkopen? Wat mag een belegger dan van zijn adviseur verwachten? Is een beleggingsadviseur aansprakelijk als een weifelachtige verkoopopdracht niet wordt uitgevoerd? In een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 17 november 2021 komt het antwoord op deze vragen aan bod.

Casus

Forfait, de vennootschap van een belegger op leeftijd, heeft in september 2019 ten behoeve van diens pensioenvoorziening vermogen bij Van Lanschot ondergebracht. Van Lanschot geeft Forfait op verzoek en ongevraagd beleggingsadvies. De uiteindelijke aankoop- en verkoopbeslissingen worden echter door Forfait genomen. Van Lanschot dient deze vervolgens uit te voeren.

Na de uitbraak van het coronavirus ontstaan er zorgen bij de belegger over de (effecten)marktontwikkelingen. Hij neemt onder meer op 27 februari 2020 en 2 maart 2020 met Van Lanschot contact op om deze zorgen te bespreken. Het valt daarbij op dat de belegger niet zo standvastig is. Hij laat een aantal keer weten dat de effectenportefeuille van Forfait volledig verkocht dient te worden, maar van dat besluit komt hij – na advies van Van Lanschot om de portefeuille aan te houden – telkens nadrukkelijk weer terug.

Uiteindelijk wordt de gehele portefeuille op 12 maart 2020, als de belegger onomwonden een verkoopopdracht geeft, alsnog verkocht. Van Lanschot laat daarbij weten dat haar advies anders luidt en dat de belegger “de keuze moet maken die goed voelt“.

Verwijten Forfait

Forfait verwijt Van Lanschot dat de eerdere verkoopopdrachten van Forfait niet zijn uitgevoerd. Ook verwijt zij Van Lanschot dat zij bij het aangaan van de beleggingsadviesovereenkomst op een aantal punten haar zorgplicht jegens Forfait heeft geschonden en dat er niet gespreid in de tijd is belegd.

Forfait vordert in het licht van het voorgaande vergoeding van de geleden schade, die gelijk is aan het verschil in opbrengst tussen (hypothetische) verkoop van de portefeuille op 27 februari 2020 en de daadwerkelijk verkoop op 12 maart 2020.

Zorgplicht beleggingsadviseurs

Of het nu gaat over advisering van beleggers, het verrichten van vermogensbeheer, het aanbieden van beleggingsproducten of het uitvoeren van verkoopopdrachten, beleggingsadviseurs in het effectenverkeer hebben als bij uitstek professionele en deskundige partij, een bijzondere zorgplicht jegens hun cliënten. Deze zorgplicht strekt mede tot bescherming tegen de gevaren die zijn verbonden aan eigenzinnigheid, gevoelens van emotionele verbondenheid met de onderneming waarin vermogen is belegd, en gebrek aan inzicht.

Evenwel dient de beleggingsadviseur (verkoop)opdrachten van de cliënt in beginsel uit te voeren, maar niet per definitie. Bij het takenpakket van de beleggingsadviseur hoort ook dat de cliënt wordt geadviseerd en dat diens beslissingen worden geverifieerd. Juist de beleggingsadviseur dient immers te waken voor en beschermen tegen de hiervoor aangestipte gevaren.

Oordeel rechtbank

De rechtbank wijst alle vorderingen van Forfait af. Volgens de rechtbank zijn de door Forfait gestelde zorgplichtschendingen bij het aangaan van de overeenkomst niet vast komen te staan, terwijl bovendien onduidelijk is hoe deze zorgplichtschendingen tot de gevorderde schade hadden kunnen leiden.

Verder heeft Van Lanschot naar het oordeel van de rechtbank niet herhaaldelijk geweigerd een door Forfait genomen beleggingsbeslissing tot algehele verkoop uit te voeren; Forfait heeft op 27 februari 2020 en 2 maart 2020 géén definitieve verkoopopdrachten gegeven. Van Lanschot gaf de belegger advies en naar aanleiding daarvan besloot hij om van zijn voornemen tot algehele verkoop af te zien. Daarmee is volgens de rechtbank niet vast komen te staan dat Van Lanschot is tekortgeschoten.

Conclusie

Van Lanschot heeft – afgaande op het koersverloop – Forfait het juiste advies gegeven. De wens van de belegger om de gehele portefeuille van Forfait te verkopen was sterk door emoties ingegeven. Het is in zo een geval bij uitstek aan een deskundige en ervaren beleggingsadviseur om op de risico’s hiervan te wijzen en voor zover mogelijk van onevenwichtige beslissingen af te houden.

Sterker nog: bij lezing van het vonnis dringt de vraag zich op waarom Forfait Van Lanschot niet heeft verweten dat zij niet uit alle macht de daadwerkelijk verkoop op 12 maart 2020 heeft tegengehouden. Natuurlijk werden uiteindelijke verkoopbeslissingen door Forfait genomen en diende Van Lanschot deze uit te voeren, gelet op de omstandigheden was verkoop op dat moment evident onverstandig. Dat daarbij door Van Lanschot de platitude werd geuit dat de belegger “de keuze moet maken die goed voelt” is wrang en ironisch. Als er één moment was waarop hij niet zijn gevoel had moeten volgen was het wel op 12 maart 2020.

Al met al lijkt het handelen van Van Lanschot in deze zaak conform hetgeen van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beleggingsadviseur mocht worden verwacht. De rechtbank heeft in mijn ogen dan ook het juiste vonnis gewezen. Als de belegger echt voet bij stuk had gehouden had Van Lanschot ongetwijfeld verkocht. Dat hijzelf niet bij zijn standpunt is gebleven kan hij zijn beleggingsadviseur niet verwijten.

Heeft u vragen over een aansprakelijkheidsprocedure tegen een bank, vermogensbeheerder of beleggingsadviseur? Neem gerust contact met mij op.

Joram Verstoep schreef bij dit arrest een annotatie die is gepubliceerd in het tijdschrift Jurisprudentie Onderneming & Recht, aflevering 4, 2022 (JOR 2022/96).

Vragen?

This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Aansprakelijkheid van beleggingsadviseurs