Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • Wieringa@wieringa.nl
 
Ruimtelijke ordening

Staatssecretaris krijgt kluif aan beperking fastfoodwinkels

Op 18 april 2022 kopte de NOS:”Kabinet wil minder fastfoodwinkels in de stad”. De NOS rapporteert hier over het aangekondigde onderzoek van staatssecretaris naar de verdere uitbreiding van instrumenten voor gemeentebesturen om verdere uitbreiding van het aanbod aan fastfood te dempen. Dit om de dagelijkse voedselomgeving gezonder te maken. Uit de beantwoording van Kamervragen van Tweede Kamerleden Heerema en Rahimi blijkt dat de staatssecretaris zich realiseert dat in het huidige wettelijk systeem weinig mogelijkheden zijn om dit doel te bereiken.

Fastfood en bestemmingsplannen

Op grond van artikel 3.1 lid 1 Wro stelt de gemeenteraad voor het hele gemeentelijk grondgebied een of meer bestemmingsplannen vast waarin de bestemmingen van de in het plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemmingen regels worden vastgesteld. De sleutelwoorden hierbij zijn: “de goede ruimtelijke ordening”. Dat wil zeggen dat zo gunstig mogelijke voorwaarden worden gecreëerd voor het gebruik en de ontwikkeling van een bepaald gebied. Bestemmingen die in elkaars invloedsfeer liggen, moeten zich qua ruimtelijke uitstraling met elkaar verdragen. Zo wordt het bijvoorbeeld niet een goede ruimtelijke ordening geacht om een industrieterrein nabij een woonwijk te vestigen.

Vanwege de genoemde sleutelwoorden zal het waarschijnlijk moeilijk zijn voor gemeenten om middels bestemmingsplannen de vestigingsmogelijkheden van fastfoodrestaurants te beperken als dat gebeurt vanuit de wens om de gezondheidseffecten te beteugelen. Dat heeft immers weinig te maken met de ruimtelijke uitstraling van fastfoodrestaurants op de directe omgeving. Er wordt overigens wel al vaak in bestemmingsplannen gebrancheerd, maar dat heeft dan eerder te maken met specifieke ruimtelijke effecten van bepaalde typen horeca (zoals bijvoorbeeld geluids- of stankhinder) dan niet-locatiegebonden gezondheidseffecten in algemene zin.

Het is de verwachting dat dat niet anders zal zijn onder de Omgevingswet. De daarop te baseren besluiten en plannen schakelen namelijk op de ‘fysieke leefomgeving’ (in plaats van ‘de goede ruimtelijke ordening’). Een verband tussen de gezondheidseffecten van het aanbod van fastfoodrestaurants en de fysieke leefomgeving zal in algemene zin evenmin makkelijk te leggen zijn.

Fastfood en verordeningen

Gemeenteraden kunnen naast bestemmingsplannen ook verordeningen vaststellen. Dit wordt de autonome bevoegdheid genoemd. De gemeenteraad mag met het vaststellen van een verordening echter niet treden in onderwerpen waarin al uitputtend is voorzien in hogere regelgeving (de zogenoemde bovengrens). Een gemeentelijke verordening waarin beperkingen worden opgenomen voor de vestiging van fastfoodrestaurants zal wringen met de Warenwet. Het zou immers vreemd zijn als een fastfoodketen bepaalde producten op basis van een lokale verordening niet mag verkopen, als die producten wel in overeenstemming zijn met de specifieke eisen voor handel in en bereiding van voedingsmiddelen uit de Warenwet.

Fastfood en de Dienstenrichtlijn

Of een gemeentebestuur de vestiging van fastfoodrestaurants nu wil beperken via een bestemmingsplan of een verordening: in beide gevallen zal rekening gehouden moeten worden met de Dienstenrichtlijn. De Afdeling heeft al meermaals overwogen dat de exploitatie van een horecabedrijf het verrichten van een dienst in de zin van de Dienstenrichtlijn is (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2020:2174). De toepasselijkheid van de Dienstenrichtlijn brengt met zich dat vergunningstelsels waar de toegang tot en de uitoefening van een dienstenactiviteit van afhankelijk is gesteld, moeten voldoen aan allerlei voorwaarden. Het vergunningstelsel als zodanig mag geen discriminerende werking hebben, moet gerechtvaardigd zijn om een dwingende reden van algemeen belang en het nagestreefde doel kan niet door een minder beperkende maatregel worden bereikt. Voor kwantitatieve en territoriale beperkingen gelden vergelijkbare voorwaarden.

De motivering ten aanzien van – met name – het evenredigheidsvereiste wordt indringend getoetst. De Afdeling oordeelde in de Appingedam-uitspraak (ECLI:NL:RVS:2018:2062) immers dat redenen ter rechtvaardiging van een afwijking van het beginsel van de vrijheid van vestiging moeten blijken uit een analyse van de geschiktheid en evenredigheid van de door hem genomen beperkende maatregel, nauwkeurig gestaafd met gegevens. Het is dan niet ondenkbaar dat een beperking van de vestigingsmogelijkheden van fastfoodrestaurants zou struikelen op de Dienstenrichtlijn, één en ander uiteraard afhankelijk van de onderbouwing door de staatssecretaris.

Kortom… Wieringa volgt het op de voet

De staatssecretaris heeft wetswijzigingen nodig om specifiek het aanbod van ongezond voedsel in delen van een gemeente te kunnen weren vanuit uitsluitend het oogpunt van volksgezondheid. Zulke wetswijzigingen gaan echter niet over één nacht ijs. De liefhebber hoeft dus nog even niet te vrezen voor zijn favoriete snelle snack.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Lucia’s recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten