icon

De Arbeidstijdenwet en de bestuursrechtelijke boete

We staan er niet vaak bij stil, maar ook de arbeidstijden zijn in Nederland wettelijk geregeld. In de zogenoemde standaardregeling van de Arbeidstijdenwet is vastgelegd hoeveel uur er op een dag of in een week mag worden gewerkt, hoeveel uur rusttijd de werknemer tussen twee diensten moet hebben, en wanneer en hoe lang er gepauzeerd dient te worden. Afwijken van de standaardregeling is mogelijk, bijvoorbeeld bij CAO of in overleg met de OR. In dat geval vinden de arbeidstijden nog wel hun begrenzing in de zgn. overlegregeling van de Arbeidstijdenwet. Een korte inventarisatie van de genoemde standaardregeling en overlegregeling, is te raadplegen op de website van SZW.

Of een werkgever de Arbeidstijdenwet ook daadwerkelijk naleeft, wordt gecontroleerd door de Arbeidsinspectie. Steekproefsgewijs worden bedrijven gecontroleerd, werknemers kunnen daarnaast ook zelf aan de bel trekken door een klacht in te dienen. Constateerde de Arbeidsinspectie een overtreding, dan kon zij daar tot voor kort alleen strafrechtelijk tegen optreden. Dit betekende dat een proces-verbaal werd opgemaakt en vervolgens de bal bij het Openbaar Ministerie lag om tot actie over te gaan. Op deze manier was er, het is inmiddels een veel gebezigde term, geen sprake van een effectieve handhaving van de wet, concludeerden het kabinet en het parlement.

Om die reden is de weg van de bestuursrechtelijke handhaving ingeslagen. Sinds 1 oktober van dit jaar kan de Arbeidsinspectie een bestuursrechtelijke boete opleggen bij constatering van een overtreding. Maakt de werkgever het heel bont, dan kan die boete oplopen tot een bedrag van 45.000,- euro. In de “Beleidsregels boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit” is neergelegd hoe met deze bevoegdheid zal worden omgegaan. Zo geldt voor bepaalde overtredingen dat eerst een waarschuwing wordt gegeven, en dat bij (pas) bij herhaling een boete wordt opgelegd. Voor andere overtredingen, waaronder het opleggen van diensten van langer dan 14 uur, geldt dat wel direct een boete zal worden opgelegd. Diezelfde beleidsregels bepalen voorts welke boete op welke overtreding volgt. Indien bijvoorbeeld de werkgever de voorgeschreven rusttijd niet in acht neemt, kan dat leiden tot een boete van 100,- euro per werknemer, per dag. De beleidsregels zijn gepubliceerd in Staatscourant 2004, 174.

Voor werkgevers is het van belang te onderkennen dat een brief, waarin het opleggen van een boete kenbaar wordt gemaakt, is aan te merken als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat, wil je die boete aanvechten, je binnen zes weken na bekendmaking een bezwaarschrift zal moeten indienen. Doe je dit niet, of niet tijdig, dan wordt het besluit onherroepelijk. Vanaf dat moment wordt aangenomen dat het boetebesluit zowel qua totstandkoming als inhoud rechtens juist is.
Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak kan overigens worden afgeleid dat ook tegen een waarschuwing bezwaar kan worden gemaakt. In een tweetal onlangs gepubliceerde uitspraken overwoog de Afdeling namelijk dat zulks mogelijk is in het geval “een waarschuwing onderdeel vormt van een op schrift gesteld en bekendgemaakt sanctiebeleid”. Als zodanig sanctiebeleid zouden ook de hiervoor aangehaalde beleidsregels kunnen worden aangemerkt.

Wij plaatsten eerder een bijdrage over de Europese Arbeidstijdenrichtlijn


Femke van Ooijen is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied arbeidsrecht

De Arbeidstijdenwet en de bestuursrechtelijke boete