icon

Bezwaar maken misbruik van recht?

Een besluit van de overheid treedt vaak direct in werking nadat het is bekendgemaakt. Maar om zeker te weten waar je aan toe bent is het daarnaast zaak vast te stellen dat een besluit onherroepelijk is. Dat is het geval zodra de bezwaar- of beroepstermijn is verstreken en er geen procedure meer aanhangig is. Pas dan weet je zeker, bijzondere gevallen uitgezonderd, dat het oorspronkelijke besluit niet meer kan worden teruggedraaid.

Maar hoe zit het nou als al direct duidelijk is dat een bezwaar kansloos is? Als de bezwaarmaker zich niet bij een onwelgevallige uitslag neerlegt en doorprocedeert kan het soms jaren duren voordat het besluit onherroepelijk wordt. Dan weet je dus ook pas na jaren zeker dat je de bouwvergunning mocht gebruiken en het intussen gebouwde huis legaal is, om maar een voorbeeld te noemen. Er zijn daarnaast tal van andere voorbeelden te bedenken waarin het voeren van (volgens de algemene opinie) kansloze procedures om welke reden dan ook tot onnodige vertraging of onrust leidt. Moeten we dat allemaal dan maar over ons heen laten komen?

Het aanwenden van rechtsmiddelen, ook wanneer de zaak bij voorbaat kansloos oogt, wordt door de bestuursrechter niet snel als misbruik van recht getypeerd. Is de bezwaarmaker aan te merken als belanghebbende bij het besluit, en wordt aan een aantal andere formele eisen voldaan, dan moet het bezwaar inhoudelijk worden behandeld en kan de bezwaarmaker in principe net zo lang doorprocederen tot de hoogste bestuursrechter zich over de zaak heeft gebogen. Zou het niet mooi zijn als het bezwaar meteen zou kunnen worden afgekapt met een verwijzing naar misbruik van recht in die situaties waarin evident onnodig of met andere bijbedoelingen bezwaar wordt gemaakt, zo verzuchten derden (bijvoorbeeld de houder van een bouwvergunning) of overheidsinstanties nog steeds regelmatig.

Zo ook de gemeente Winterswijk, die enige tijd geleden om die reden weigerde bezwaarschriften in behandeling te nemen van een inwoner die de gemeente overspoelde met vergelijkbare aanvragen en daaropvolgende (bezwaar)procedures, zie ook een eerdere bijdrage. In de op die zaak betrekking hebbende uitspraak van de rechtbank werd het standpunt van de gemeente weliswaar gevolgd, maar alleen voor zover de bezwaarmaker in vergelijkbare zaken al eerder tegen de gemeente had geprocedeerd en door de rechter keer op keer in het ongelijk was gesteld. De andere bezwaren diende, of ze nou wel of niet kansloos leken, alsnog in behandeling te worden genomen.

In een onlangs gepubliceerde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 13 april 2005 kwam een besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken aan de orde. De Minister stelde zich op het standpunt dat het bezwaarschrift niet in behandeling behoefde te worden genomen omdat de bezwaarmaker kennelijk andere bedoelingen had dan het aanvechten van het betreffende besluit en het bezwaar kansloos was. Volgens de Minister was er sprake van misbruik van recht. De Afdeling bestuursrechtspraak onderschreef dat niet, en overwoog dat ook wanneer het bezwaar op het eerste gezicht kansloos lijkt, dat geen reden is om dat niet inhoudelijk te behandelen.

Kortom, uitgangspunt is nog steeds dat belanghebbenden gebruik kunnen maken van de hun toegekende rechtsbescherming en niet snel voor de voeten kan worden gegooid dat zij misbruik van recht maken. Ook niet wanneer op het eerste gezicht moet worden gezegd dat hun bezwaar geen kans van slagen zal hebben.


Femke van Ooijen is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied bestuursrecht

Bezwaar maken misbruik van recht?