icon

Concurrentiebeding en functiewijziging (2)

Bij het aantrekken van de arbeidsmarkt bemerken we altijd een toenemende belangstelling voor het concurrentiebeding.

In een eerdere bijdrage bespraken we al eens het lot van een bij het aanvaarden van een functie gesloten concurrentiebeding wanneer de werknemer “doorstroomt” naar een andere functie. Het concurrentiebeding blijft dan niet zonder meer gelden, dit moet veelal opnieuw schriftelijk worden gesloten. Wanneer het beding de werknemer in de nieuwe (normaalgesproken vaak een hogere, zwaardere) functie méér dan voorheen zou kunnen beperken in zijn mogelijkheden nieuw werk te vinden, wordt het niet redelijk geacht het concurrentiebeding dat hij aanvaardde bij het aanvangen in een lichtere functie in stand te laten; beoogd wordt de werknemer opnieuw de gelegenheid te geven de consequenties van het voor hem bezwarende beding goed te overwegen.
Is het concurrentiebeding niet opnieuw overeengekomen, en is wél sprake van een zwaardere functie, dan is het gevolg dat het beding zijn geldigheid verliest. De praktijk leert dat werknemers maar zelden bereid zijn een concurrentiebeding te sluiten ná een promotie…

Reden om op dit onderwerp terug te komen is een onlangs (5 januari jl.) gewezen uitspraak van de Hoge Raad. Gevolg van deze uitspraak zou kunnen zijn dat minder vaak sprake is van ongeldige concurrentiebedingen in geval van functiewijzigingen.

De Hoge Raad oordeelde namelijk dat de enkele vaststelling dat zich een ingrijpende wijziging van de arbeidsverhouding heeft voorgedaan onvoldoende is voor het aannemen van het oorzakelijke verband met het aanmerkelijk zwaarder gaan drukken van het beding.
De Hoge Raad oordeelde dat bij de beoordeling of van een ingrijpende wijziging sprake is, de rechter zal moeten onderzoeken en in zijn motivering tot uitdrukking moeten brengen of, en zo ja in hoeverre en in welke mate, die wijziging na een eventuele beëindiging van het dienstverband van de werknemer bij handhaving van het concurrentiebeding een belemmering voor hem zal vormen om een nieuwe gelijkwaardige werkkring hetzij in loondienst hetzij als zelfstandig ondernemer te vinden.

De Hoge Raad geeft hiermee dus een verplichting voor de feitenrechter om uitvoerig te motiveren hoe nu precies de ingrijpende wijziging in de arbeidsverhouding tussen werkgever en werknemer het concurrentiebeding aanzienlijk zwaarder doet drukken, dat wil zeggen de positie van de werknemer op de arbeidsmarkt nadelig beïnvloedt.
Hiermee breekt de Hoge Raad met de in de lagere rechtspraak ontstane lijn dat concurrentiebedingen per definitie ongeldig werden verklaard met de enkele constatering dat er sprake was van een ingrijpende functiewijziging.

Desalniettemin blijft ons advies aan werkgevers om bij iedere functiewijziging het opnieuw, schriftelijk, overeenkomen van het concurrentiebeding als voorwaarde te stellen voor het toekennen van de nieuwe functie. Dan weet u tenminste zeker dat het blijft gelden.


Michel Visser is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied arbeidsrecht

Concurrentiebeding en functiewijziging (2)