icon

Toestaan = openbaar maken ?

Werkgevers opgelet! U kunt maar beter onmiddellijk een algeheel i-Pod verbod uitvaardigen onder uw personeel. Ook mobiele telefoons met een radio of mp3 functie zijn gevaarlijk. En heeft u secretaresses die met een hoofdtelefoontje op zogenaamd dictaten zitten uit te typen, luister dan maar eens goed of er toch niet stiekem muziek uit de oortjes komt. Anders kon u wel eens geacht worden bezig te zijn muziek openbaar te maken en aldus auteursrechtinbreuk te plegen. Ten minste… in het arrondissement Zwolle Lelystad.

Gisteren werd van de Voorzieningenrechter in dat arrondissement namelijk een interessante uitspraak gepubliceerd over “muziek op de werkplaats”. Of beter: een enkele overweging uit die uitspraak is interessant. De rest is gewoon het toepassen van de heersende leer over het openbaar maken van muziek in de werksfeer.

Wie twee jaar geleden mijn blogje “Hakkûh” las (over muziek in de werkplaats/winkel van een hakkenbar) kent die heersende leer al. Er is sprake van het openbaar maken van muziek, óók als dat zogenaamd alleen voor “eigen gebruik” is, zodra degene die de muziek openbaar maakt er een beroeps- of soortgelijk belang bij heeft dat ook anderen de muziek kunnen horen. In dergelijke situaties zal de betreffende persoon (doorgaans een werkgever of winkelier) dan ook de toepasselijke vergoeding moeten betalen aan Buma (in de wandeling wel foutief “de Buma-rechten” genoemd, want het zijn geen rechten maar vergoedingen en ze zijn ook niet voor Buma bestemd, maar voor de componisten en tekstdichters).

Dit is de heersende leer sinds de Hoge Raad daar in 1979 een uitspraak over deed in een uitgelokt (proef)proces over een personeelslid van wasserij “De Zon” te Goes, dat een draagbare radio naar het werk had meegebracht. Zij had er geen beroepsbelang bij dat ook anderen naar haar muziek konden luisteren en zij maakte dus niet openbaar. Zou haar werkgever voor de “arbeidsvitaminen” hebben gezorgd dan zou dit wél als openbaarmaking zijn aangemerkt (want die had dat beroepsbelang dus wel).

Maar nu het onderhavige geval. De werkgever had hier verklaard dat haar medewerkers tijdens het werk “naar de radio c.q. muziek” mochten luisteren. Omdat niet iedereen van dezelfde muziek houdt, zijn er medewerkers die via een i-Pod of via hun telefoon naar muziek luisteren. Daarnaast stonden op een aantal plaatsen in het bedrijf (draagbare) radio’s. Bij de goederenontvangst waren luidsprekers aan de wanden gemonteerd. De werkgever stelde niet zeker te weten of deze radio door het bedrijf of door de medewerkers was aangeschaft. In ieder geval had de werkgever zich er niet tegen verzet dat haar medewerkers naar muziek luisterden.

Welnu: dat was voor de Voorzieningenrechter kennelijk voldoende om aan te nemen dat de werkgever muziek openbaar maakte. In de woorden van de Voorzieningenrechter:
De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit het feit dat medewerkers van [de werkgever] tijdens werktijd naar muziek mogen luisteren, zelfs middels een i-Pod of mobiele telefoon, volgt dat [de werkgever] een bedrijfsbelang heeft dat zijn medewerkers naar muziek kunnen luisteren. Immers, tevreden werknemers werken harder. Er is dan ook sprake van een openbaarmaking van muziek in de zin van artikel 12 van de Auteurswet. [De werkgever] maakt inbreuk op de door Buma geëxploiteerde auteursrechten en handelt dus onrechtmatig jegens haar.”

Whoa! Het enkele toestaan van het luisteren naar muziek op de werkplek (hoe die muziek ook wordt voortgebracht en ongeacht of de werkgever daar zelf de hand in heeft gehad) is hier dus voldoende om auteursrechtinbreuk aan te nemen. Oók waar deze muziek naar eigen keuze van de werknemer uitsluitend via een i-Pod of mobiele telefoon (naar wij mogen aannemen) vrijwel ongemerkt rechtstreeks in de oren van de werknemer verdwijnt.

Dat is een behoorlijke stap verder dan in bovengenoemd “De Zon” arrest van de Hoge Raad werd aangenomen. Daar werd het beroeps- of soortgelijke belang gewogen van degene die de muziek liet horen. En dat dan nog (uiteraard) uitsluitend in situaties waarin ook ánderen die muziek konden horen. Maar voor de Voorzieningenrechter Zwolle Lelystad is het kennelijk voldoende dat de werknemer muziek hoort en dat de werkgever dat niet verbiedt. Dat dit de eigen keuze is van de werknemer is kennelijk niet relevant. En dat alléén die individuele werknemer de muziek hoort evenmin. De werkgever profiteert, want een naar muziek luisterende werknemer is tevreden en een tevreden werknemer werkt harder.

Hier wordt het openbaarmakings-begrip naar mijn mening ruim voorbij de uiterste rek opgerekt. En dus breekt het. Het is misschien met enige moeite nog wel aan te nemen dat de werkgever hier min of meer profiteert van het feit dat er mensen zijn geweest die zulke mooie muziek hebben gemaakt. Dat is echter niet relevant. Misschien profiteert hij ook wel van het feit dat de werknemer een pijnstiller heeft genomen en daarom ondanks zijn hoofdpijn toch kan doorwerken. Feit is dat de werknemer een eigen keuze heeft gemaakt waar de werkgever hoegenaamd niets anders mee van doen heeft dan dat hij die niet heeft verboden. Dat gaan we toch geen openbaar maken noemen?

Ik betwijfel dan ook ten zeerste of deze uitspraak een hoger beroep zou kunnen doorstaan. Mocht dat het geval zijn, dan is het wachten op een i-Pod verbod in de supermarkt. Als het goed is hoef ik dat na het bovenstaande niet meer uit te leggen.

Update 12/3:
In de vorige alinea heb ik “hoger beroep gaat doorstaan” vervangen door “hoger beroep zou kunnen doorstaan”. Hoger beroep is namelijk niet meer mogelijk, omdat de termijn inmiddels is verstreken. Het vonnis werd al op 10 december gewezen, maar pas op 9 maart gepubliceerd. Wees echter gerust: alle IE juristen zijn het er over eens dat deze uitspraak een foutje was.

Heeft u vragen?

This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Toestaan = openbaar maken ?