icon

Vereenzelviging van rechtspersonen

Vooral in aansprakelijkheidskwesties wordt regelmatig een beroep gedaan op zogenaamde vereenzelviging. Maar wat houdt dit in?

Vereenzelviging houdt in dat – met het oog op een bepaald doel – het verschil tussen twee rechtspersonen of tussen een rechtspersoon en een ander rechtssubject, bijvoorbeeld een bestuurder en/of (groot) aandeelhouder, wordt weggedacht. Onder meer kan worden gedacht aan twee rechtspersonen die dezelfde persoon als aandeelhouder/bestuurder hebben of aan twee rechtspersonen die dezelfde activiteiten ontplooien. Hierdoor kan een bepaalde gedraging van de ene (rechts)persoon aan de ander worden toegerekend, waardoor de schuldeiser die ander rechtstreeks kan aanspreken en verhaal kan nemen op de vermogensbestanddelen van die ander. De rechter is meestal alleen in uitzonderingsgevallen bereid om vereenzelviging aan te nemen.

In 2000 heeft de Hoge Raad een beroep tot vereenzelviging voor het eerst met duidelijke bewoordingen gehonoreerd (Rainbow Products-Ontvanger, JOR 2000/238). De Hoge Raad overwoog dat “door degene die (volledige of overheersende) zeggenschap heeft over twee rechtspersonen, misbuik kan worden gemaakt van het identiteitsverschil tussen deze twee rechtspersonen en dat hetgeen met zodanig misbruik werd beoogd, in rechte niet behoeft te worden gehonoreerd. Het maken van zodanig misbruik zal in de regel moeten worden aangemerkt als een onrechtmatige daad, die verplicht tot het vergoeden van de schade die door het misbruik aan derden wordt toegebracht”.

Op deze manier heeft de Hoge Raad gepoogd om vereenzelviging haar plaats te geven in het recht naast of aanvullend op het leerstuk van de onrechtmatige daad. Maar dat het een beroep op vereenzelviging slechts in zeer uitzonderlijke gevallen wordt gehonoreerd, blijkt uit een recentelijk gepubliceerd arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 3 april 2008 (Kartay Heemskerk B.V./ mr. H.C. Brandsma q.q. curator van Megapool B.V., JOR 2008/280).

Kartay stelde zich bij het hof op het standpunt dat tussen Megapool B.V. en Megapool Franchise B.V. (beide failliet) vereenzelviging diende te worden aangenomen op grond van het volledig kunnen wegdenken van het identiteitsverschil tussen deze vennootschappen. Als gevolg hiervan zou zij de vordering die Megapool B.V. op haar heeft, kunnen verrekenen met haar vordering uit hoofde van wanprestatie op Megapool Franchise B.V.

Het hof stelt echter voorop dat het er niet alleen om gaat of identiteitsverschil kan worden weggedacht, maar ook of in de “uitzonderlijke omstandigheden” vereenzelviging de meest aangewezen vorm is om het misbruik ongedaan te maken. Met andere woorden: het gaat er om dat de persoon of personen die zeggenschap hebben in de vennootschappen van het identiteitsverschil tussen die vennootschappen misbruik hebben gemaakt én dat zich zulke uitzonderlijke omstandigheden voordoen dat vereenzelviging van de vennootschappen de meest aangewezen vorm is voor ongedaanmaking van (de gevolgen van) dat misbruik.

Het hof overwoog vervolgens dat de vennootschappen in dat geval niet van aanvang af waren opgezet met het oogmerk om in voorkomende gevallen van het identiteitsverschil ten nadele van derden misbruik te maken. Ook de facturen van Megapool B.V. en Megapool Franchise B.V. voor aan Kartay in rekening gebrachte bedragen voor verrichte diensten en geleverde goederen hebben niet het oogmerk om van het identiteitsverschil misbruik te maken. Uit deze facturen blijkt juist dat een onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds door Megapool B.V. en anderzijds door Megapool Franchise geleverde goederen en/of verrichte diensten

Verder is het bezwaar van Kartay niet zo zeer gericht op de vordering van Megapool B.V. doch voornamelijk op de door haar gepretendeerde vordering op Megapool Franchise B.V., opdat zij deze vorderingen met elkaar kon verrekenen. Het hof overwoog daarover dat er geen aanwijzingen waren dat Megapool B.V. dan wel diegenen die bij Megapool B.V. zeggenschap hadden, bij de behandeling van die kwesties misbruik hadden gemaakt van het identiteitsverschil tussen de twee vennootschappen en daardoor Kartay hadden benadeeld.

De methode van vereenzelviging blijft dus een laatste redmiddel en zal slechts in uitzonderlijke gevallen kunnen worden toegepast.


Stephanie Mekking is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied

Vereenzelviging van rechtspersonen