icon

Overgang van onderneming: het blijft ingewikkeld

Opnieuw heeft het hof van Justitie van de Europese gemeenschap het begrip “overgang van onderneming” nader uiteengezet. Of dit de rechtspraktijk zal helpen is nog maar de vraag.

Voor een goed begrip van deze blog: het Europese Hof heeft in een aantal Richtlijnen uiteengezet dat, kort gezegd, bij een overgang van onderneming de rechten en verplich-tingen van de oude werkgever jegens de werknemers overgaan op de nieuwe werkgever. Over de vraag wanneer sprake is van overgang van onderneming is na introductie van de eerste Richtlijn veel gediscussieerd en geprocedeerd. Door het Europese Hof is vervol-gens uitgemaakt dat het belangrijkste element om vast te stellen of er sprake is van een overgang van onderneming is of de identiteit van (het onderdeel van) de onderneming behouden is gebleven. Of hier sprake van is, is een vraag van feitelijke aard. Het is niet altijd even makkelijk om te oordelen of er sprake is van behoud van identiteit. In Duits-land, evenals in ons land, vloeide uit de jurisprudentie tot nog toe voort dat er slechts sprake is van overgang van onderneming indien het onderdeel van de onderneming bij de verkrijgende onderneming als organisatorische eenheid blijft bestaan.

Naar aanleiding van de hierna te bespreken casus heeft het Landesarbeitsgericht Düsseldorff hierover aan het Europese Hof de volgende prejudiciële vraag gesteld:

“Is er enkel sprake van een overgang van een onderdeel van een onderneming of vestiging op een andere ondernemer ten gevolge van een overeenkomst (…) wanneer het onderdeel van de onderneming of de vestiging door deze ondernemer als organisatorisch zelfstandig onderdeel van een onderneming of vestiging wordt voortgezet?“

De Duitse onderneming ET, gespecialiseerd in de ontwikkeling en fabricage van producten op het gebied van de industriële automatisering, sloot in 2005 een overeenkomst met een andere Duitse onderneming, Ferrotron, en haar Amerikaanse moedermaatschappij waarbij een aantal producten die werden ontwikkeld door een bepaalde afdeling van ET middels een overeenkomst voor de aan- en verkoop van activa werden overgedragen aan Ferrotron. Ook nam Ferrotron onder meer alle rechten op de software, de octrooien, de octrooiaanvragen en de uitvindingen met betrekking tot de producten die door voor-noemde afdeling werden gemaakt over, alsmede de hiermee verband houdende leveranciers- en klantenlijsten. De directeur van deze afdeling werd niet door Ferrotron overgenomen. Wel nam Ferrotron een aantal andere werknemers van onderafdelingen van genoemde afdeling over alsmede de adjunct-directeur van de afdeling. De door Ferrotron overgenomen werknemers werden vervolgens geïntegreerd in haar eigen structuur waarna deze werknemers functies uitoefenden met betrekking tot andere producten dan die door Ferrotron van ET waren overgenomen.

Vervolgens ging ET failliet en spande de niet door Ferrotron overgenomen directeur van de wel overgenomen afdeling een procedure aan waarin hij stelde dat hij op grond van overgang van onderneming in dienst was gekomen bij Ferrotron.

In de procedure kwam de hierboven gestelde vraag aan de orde en omdat de Duitse Rechtbank hier niet uitkwam heeft zij deze zoals hiervoor geformuleerd aan het Europese Hof voorgelegd.

Het Hof beantwoordde de vraag ontkennend. Er kan, aldus het Hof, ook sprake kan zijn van overgang van onderneming wanneer de nieuwe ondernemer het overgedragen onderdeel niet als organisatorische eenheid behoudt.

Een van de voornaamste beweegredenen voor het Hof om zo te oordelen is dat de Europese Richtlijn inzake overgang van onderneming bescherming van de werknemers beoogt. Een ander oordeel zou er immers toe leiden dat een verkrijgende onderneming heel makkelijk onder de werking van de Richtlijn overgang van onderneming zou kunnen uitkomen door direct na de overgang het overgenomen onderdeel te ontbinden en in de eigen structuur te integreren. Niet alleen de organisatorische eenheid maar ook het voortzetten van de economische activiteit, in welke vorm ook, is dus van belang voor het oordeel of sprake is van overgang van onderneming. Dit staat overigens ook al zo in de Richtlijn, maar de nadruk tot nog toe heeft gelegen op de organisatorische eenheid. Van belang is, zo stelt het Hof, “niet de wijze waarop de verkrijgende onderneming de overgegane productiefactoren organiseert, maar wel of de functionele band die deze onderling samenhangende, elkaar aanvullende factoren verenigt, blijft behouden”.

Of het er nu allemaal helderder op wordt, is hiermee de vraag. Het Hof heeft namelijk niet uiteengezet hoe dit begrip ‘functioneel verband’ moet worden uitgelegd. Het is dan ook zeer denkbaar dat deze vraag in een volgende prejudiciële vraag aan het Hof zal worden voorgelegd. Mocht het zover komen, u hoort van ons!


Liesbeth Heidstra is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied arbeidsrecht

Overgang van onderneming: het blijft ingewikkeld