icon

Huurder aansprakelijk voor onbekende hennepplantage

Kan een huurovereenkomst worden ontbonden wegens wanprestatie als de huurder geen enkele weet had – en ook niet hoefde te hebben – van wat door andere gebruikers in het gehuurde wordt uitgespookt? Ja, aldus de Hoge Raad in een recent arrest. Mits de activiteiten van derden tot schade (kunnen) leiden.

Een huurster van een woonwagenstandplaats had op die standplaats een schuurtje gebouwd. Dat schuurtje had zij aan haar kleinzoon in gebruik gegeven voor de opslag van spullen. Deze kleinzoon gaf het schuurtje op zijn beurt in gebruik aan een andere kleinzoon van de huurster. Deze bleek het schuurtje te gebruiken voor het telen van hennep. Na ontdekking door de politie, vorderde de verhuurder van het woonwagenterrein ontbinding van de huurovereenkomst.

De vraag is daarbij uiteraard of de huurster verantwoordelijk moet worden geacht voor de daden van haar tweede kleinzoon. De kleinzoons gebruikten het schuurtje met haar goedvinden. Vast kwam te staan dat de huurster geen weet had van de hennepkwekerij en dat dit gebrek aan wetenschap haar ook niet kon worden verweten. Kan de verhuurder daarom wel ontbinding van de huurovereenkomst vorderen?

Uit de wet volgt dat de huurder aansprakelijk is voor de gedragingen van anderen die het gehuurde met diens goedvinden gebruiken. Het betreft hier een zogenaamde risicoaansprakelijkheid; het maakt niet uit of de huurder ook schuld heeft. Wat er mis gaat komt eenvoudigweg voor zijn risico. Maar kunnen alle gedragingen van die anderen dan ook tot wanprestatie jegens de verhuurder leiden als waren het de gedragingen van de huurder?

Het antwoord op deze vraag is te vinden in artikel 7:219 van het Burgerlijk Wetboek. Volgens dit artikel is de huurder alleen aansprakelijk voor de gedragingen van ‘de zijnen’ voor zover hierdoor schade ontstaat aan het gehuurde. De vraag is in dit geval of de aanwezigheid van een illegale wietplantage leidt tot schade aan het gehuurde.

In het onderhavige geval werd ten behoeve van de plantage op illegale wijze stroom afgetapt. Volgens de verhuurder ontstond hierdoor schade aan het gehuurde omdat de elektrische installatie als gevolg hiervan niet meer naar behoren werkte. Dit kan leiden tot brandgevaar, aldus de verhuurder. Ook de Hoge Raad merkt dit aan als schade in de zin van artikel 7:219 van het Burgerlijk Wetboek. Voor de toepassing van dat artikel is dus nauwelijks concrete schade nodig.


Koen van den Berg is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied huurrecht

Huurder aansprakelijk voor onbekende hennepplantage