icon

Bouwleges: niet willekeurig of onredelijk

De Hoge Raad heeft onlangs een uitspraak vernietigd van het Gerechtshof Arnhem in een zaak waarin door een aanvrager van een bouwvergunning was opgekomen tegen de hoge bouwleges.

Het Hof oordeelde in zijn uitspraak dat er sprake was van een “willekeurig en onredelijke” belastingheffing en achtte het aan de orde zijnde deel van de legesverordening onverbindend. De Hoge Raad gaat hier niet in mee.

De betreffende gemeente hanteerde (zoals veelal gebruikelijk) een systeem waarbij – eenmaal een vast bedrag aan bouwkosten te boven gaand – de aanvrager meer gaat betalen naarmate de bouwkosten hoger zijn (via een vast percentage). In dit specifieke geval moest de aanvrager bijna fl. 200.000,- aan leges betalen (de bouwkosten van de fabriek bedroegen fl. 14.000.000,-). Niet onredelijk, vindt de Hoge Raad.

Gemeenten hebben, kortweg gezegd, de vrijheid om de heffingsmaatstaven te hanteren die hen goeddunkt. Een belangrijke begrenzing daarbij is dat de geraamde baten van de totale leges (ook die van bijvoorbeeld paspoorten) niet meer mogen zijn dan de geraamde kosten van alle door de gemeente te leveren diensten. Zo kan het voorkomen dat de aanvrager van een bouwvergunning dus indirect meebetaalt aan het paspoort van burger X of omgekeerd.

De Hoge Raad oordeelde verder dat het (uiteindelijke) geheven percentage van 1.4% van de bouwkosten een ‘vast’ en ‘bescheiden’ percentage is. Niets onredelijks of onwillekeurigs aan, aldus de Hoge Raad.


Paulien Beunk is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied bouwrecht

Bouwleges: niet willekeurig of onredelijk