icon

De rangorde bij faillissementsafwikkeling

Het zal weinigen ontgaan zijn dat het aantal faillissementen in Nederland in de eerste maanden van dit jaar aanzienlijk is gestegen. Getallen als 75 procent toename worden genoemd, maar in sommige weken worden bij een aantal rechtbank zelfs driemaal zoveel faillissementen uitgesproken als voorheen. Dit heeft tot gevolg dat veel bedrijven en personen voor het eerst meemaken dat één van hun debiteuren in staat van faillissement geraakt. Als dat gebeurt, is het handig enig beeld te hebben van hoe een curator een faillissement afwikkelt.

Op het moment dat een rechtbank een faillissement wordt uitspreekt, benoemt zij direct een curator. De curator kan veelal de dag daarna al in het handelsregister en het insolventieregister op rechtspraak.nl worden gevonden. Het is de taak van de curator om alle bezittingen van de gefailleerde (gebouwen, machines, inventaris, voorraad, vorderingen op klanten, etc.) te verkopen of te innen en te verdelen onder de schuldeisers. Wij zeggen ook wel dat hij de linkerkant van de balans te gelde maakt ten gunste van de rechterkant van de balans. Over de manier waarop dit alles moet gebeuren, is natuurlijk zeer veel geschreven. Maar dit is de kern van het werk van de curator.

Het spreekt voor zich dat de inspanningen van de curator er vrijwel nooit toe leiden dat alle schuldeisers volledig worden voldaan. Sterker: in de meeste gevallen komt het zelfs niet tot een beperkte uitdeling aan alle schuldeisers. Dat laatste heeft niet alleen te maken met een gebrek aan bezittingen maar ook met de rangorde tussen de schuldeisers. Iedereen weet wel dat “de bank en de fiscus altijd voorgaan”, maar het ligt iets gecompliceerder dan dat.

De vorderingen in faillissement kunnen in vier hoofdsoorten worden onderverdeeld: boedelvorderingen, faillissementsvorderingen, niet-verifieerbare vorderingen en gezekerde vorderingen. Binnen de boedelvorderingen en de faillissementsvorderingen geldt ook weer een rangorde van superpreferent langs preferent en concurrent naar achtergesteld.

De boedelvorderingen en de faillissementsvorderingen kunnen in de opbrengst meedelen; de niet-verifieerbare vorderingen niet. De gezekerde vorderingen (vorderingen waaraan pand of hypotheek is verbonden) zijn een verhaal apart. De vraag welke vordering onder welke hoofdsoort valt, wordt door de wet slechts beperkt beantwoord en is grotendeels door de Hoge Raad uitgewerkt.

Wij geven van iedere hoofdsoort een aantal voorbeelden:

Boedelvorderingen
– salaris van de curator
– vorderingen uit onverschuldigde betaling (een klant heeft per ongeluk na faillissement aan de curator een factuur betaald die hij al eerder had betaald)
– vorderingen van de sleutelmaker en de taxateur die door de curator worden ingeschakeld
– vorderingen van werknemers voor hun salaris over de opzegtermijn als de arbeidsovereenkomst na faillissement is opgezegd, al wordt dat meestal door het UWV overgenomen
– vorderingen van de verhuurder voor de huurtermijnen over de opzegtermijn als de huurovereenkomst na faillissement is opgezegd
– belastingverplichtingen die in het kader van de afwikkeling van het faillissement ontstaan

Faillissementsvorderingen
(preferent)
– belastingverplichtingen van voor faillissement
– kosten van de aanvrager van het faillissement
– vorderingen van werknemers voor hun salaris dat voor faillissement onbetaald is gebleven
(concurrent)
– alle verplichtingen van de debiteur die hij voor faillissement niet heeft kunnen voldoen (de grootste categorie)
(achtergesteld)
– aandelenkapitaal

Niet-verifieerbare vorderingen
– vorderingen van nutsbedrijven voor leveringen na faillissement zonder instemming van de curator
– vorderingen uit overeenkomsten die schuldeisers na faillissement met de gefailleerde zijn aangegaan zonder instemming van de curator

Gezekerde vorderingen
– hypothecaire geldleningen
– vordering van de Stadsbank van Lening waarvoor sieraden in vuistpand zijn gegeven

Uit deze lijst blijkt al dat de Belastingdienst lang niet altijd de eerste is die in een faillissement aan de beurt komt. Ook is te zien dat een bank alleen een bijzondere positie heeft als zij haar vordering gezekerd heeft. In dat geval kan zij buiten de curator om de in zekerheid gegeven goederen verkopen en proberen daarmee haar vordering voldaan te krijgen. Is haar vordering echter niet gezekerd, dan doet de bank gewoon mee met de concurrente faillissementsvorderingen.

In een volgende blog zullen wij uitgebreider op de faillissementsafwikkeling ingaan.


Peter Bos is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied bedrijven in moeilijkheden

De rangorde bij faillissementsafwikkeling