icon

Waardeoverdracht: een groot verborgen gebrek

Waardeoverdracht van het pensioen is een onderwerp dat niet vaak aan de orde komt wanneer een werkgever en een werknemer een arbeidsovereenkomst aangaan. Toch kan het voor een werkgever financieel zeer nadelig zijn als een nieuwe werknemer verzoekt om waardeoverdracht van de pensioenrechten die hij bij zijn oude werkgever heeft opgebouwd.

Als een werknemer een overstap maakt naar een nieuwe werkgever kan hij op grond van de Pensioenwet de pensioenuitvoerder, dat wil zeggen de verzekeraar of het pensioenfonds waar zijn pensioen is ondergebracht, verzoeken mee te werken aan waardeoverdracht naar de pensioenuitvoerder van zijn nieuwe werkgever. Ook de nieuwe pensioenuitvoerder dient aan dit verzoek mee te werken. Achtergrond van de wetgeving destijds was de gedachte dat verandering van werkkring niet zou moeten leiden tot een pensioenbreuk. Vooral toen pensioenregelingen veelal een eindloonregeling waren, kon een overstap voor de werknemer nadelige gevolgen hebben voor zijn pensioen. Waardeoverdracht vermindert dit nadeel en kan daarmee leiden, zo was de gedachte, tot grotere arbeidsmobiliteit.

Wat veel werkgevers zich niet realiseren is dat een verzoek tot waardeoverdracht kan leiden tot een grote nabetalingsverplichting aan de nieuwe pensioenuitvoerder. Waardeoverdracht betekent namelijk niet simpelweg een overdracht van de opgebouwde reserves maar omvat de overdracht van de waarde van de opgebouwde pensioenrechten.

In de loop der tijd hebben wijzigingen van de Pensioenwet en andere wettelijke regelingen ertoe geleid dat de overdrachtswaarde als gevolg van de gehanteerde rekenrente (steeds meer) is gaan afwijken van de nominale waarde. Indien voor de overdrachtswaarde wordt uitgegaan van een hogere rekenrente dan waarop de pensioenregeling van de nieuwe werkgever is gebaseerd, zal de overdrachtswaarde lager zijn dan het nominale pensioen dat tot dat moment is opgebouwd. De nieuwe pensioenuitvoerder heeft, alos gevolg van zijn lagere rekenrente, evenwel een hoger bedrag nodig om het pensioen te kunnen financieren en hij zal dit verschil moeten bijstorten. De forse verplichtingen die hierdoor kunnen ontstaan, kunnen belemmerend werken voor de wil van werkgevers om met name oudere werknemers in dienst te nemen. De arbeidsmobiliteit wordt hierdoor juist beperkt.

Pensioenuitvoerders zijn alleen gehouden om aan een verzoek tot waardeoverdracht mee te werken als de dekkingsgraad boven de 100% is. Zoals wij allemaal weten is dit bij veel fondsen en verzekeraars op dit moment niet het geval. Waardeoverdracht vindt nu dan ook niet veelvuldig plaats. Indien evenwel dit op termijn weer anders is, verwachten pensioenfondsen dat verzoeken om waardeoverdracht weer kunnen toenemen. De vraag is evenwel of waardeoverdracht gezien bovenstaande nog wel nuttig is als instrument. Daarbij zijn veel pensioenregelingen inmiddels vervangen door een middenloonregeling. De werknemer heeft bij middenloonregelingen minder belang bij waardeoverdracht, terwijl ook in deze gevallen er een forse nabetalingsverplichting kan bestaan voor de werkgever.

Op verzoek van minister Donner heeft de STAR zich daarom over dit probleem gebogen en een advies wordt op afzienbare termijn verwacht. Wij houden u op de hoogte.

Lees ook: verborgen gebreken bij aankoop huis


Liesbeth Heidstra is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied arbeidsrecht

Waardeoverdracht: een groot verborgen gebrek