icon

Uittreden uit het woningcorporatiestelsel

Artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot Bescherming van de rechten van de Mens – dat beoogt te beschermen tegen overheidsinmenging in de eigendom – is “hot” in verhuurland.

Eerder zorgde rechtspraak van het EHRM al voor een potentiële doorbraak op het vlak van dringend eigen gebruik in verband met sloop met nieuwbouw/renovatie als grond voor beëindiging van de huurovereenkomst. Op basis van dezelfde rechtspraak probeerde een Rotterdamse verhuurder onder aangeslagen rioolrechten uit te komen, doch haalde in cassatie] vorige maand bakzeil. Een Ommense verhuurinstelling die met een beroep op Artikel 1 EVRM uit het woningcorporatiestelsel wilde worden bevrijd, zag dit deze week eveneens mislukken.

De woningcorporatie – die kennelijk commerciëel wilde gaan – verzocht de Minister van Volkshuisvesting haar voor te dragen om uit het corporatiestelsel te worden geschrapt. Als hoofdreden hiervoor gold dat de corporatie binnen het systeem zichzelf niet op fiscaal voldoende aantrekkelijke wijze zou kunnen vormgeven. De privileges die een corporatie binnen het wettelijk systeem geniet op het vlak van financiering, boden voor dat nadeel onvoldoende compensatie.

Volgens de wet kan een corporatie alleen uit het stelsel worden geschrapt als zij haar kwalitatieve verplichtingen uithoofde van de Woningwet niet voldoende nakomt. Uittreding gaat dan bovendien altijd gepaard met ontbinding van de corporatie en toewijzing van haar bezittingen aan ander partijen binnen het corporatiestelsel. De Minister weigerde derhalve. De Ommense corporatie meende niet alleen dat deze situatie berustte op een onbedoelde omissie in de Woningwet, maar ook dat deze inbreuk oplevert op haar eigendomsrecht zoals beschermd door artikel 1 EVRM.

De corporatie ging in beroep bij de Raad van State. Deze oordeelt thans dat de wetgever bij totstandbrenging van de Woningwet wel degelijk heeft beoogd om zelfstandige uittreding van corporaties onmogelijk te maken. In die zin is dus sprake van een bij wet voorziene inperking van het eigendomsrecht. Een afweging van het volkshuisvestingsbelang (garantie van een voldoende voorraad betaalbare huurwoningen) tegen de nadelen die de corporatie binnen het wettelijk stelsel lijdt en de voorzienbaarheid van de onmogelijkheid tot uittreding, brengt de Raad van State echter tot het oordeel dat de Minister uittreding terecht heeft geweigerd.


Koen van den Berg is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied vastgoed

Uittreden uit het woningcorporatiestelsel