icon

Doorwerken na het pensioen

Een paar maanden geleden hebben we weer eens aandacht besteed aan een fenomeen dat steeds vaker voorkomt: doorwerken na de 65-jarige leeftijd – en dan niet in de zin van het opschuiven van de pensioenleeftijd, maar werken na de pensioenleeftijd. Tal van regels zijn daar niet op geschreven, zodat zich soms onverwachte problemen voordoen. De kantonrechtersformule bijvoorbeeld is er niet op toegesneden.

Een specifiek probleem betreft het feit dat partijen vaak nog wel met elkaar door willen nadat de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, maar dat de werkgever daarbij dan wel graag enige zekerheid heeft over wanneer het dienstverband dan eindigt. Volgens de standaard regels is dat vaak niet mogelijk: de werknemer zal vaak in dienst zijn op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Voortzetting voor bepaalde tijd daarvan is wel mogelijk, maar die voortgezette overeenkomst eindigt dan niet meer vanzelf. Dat is de zogenaamde Ragetlie-regel (zo genoemd naar de naam van een partij in het geschil waarin de Hoge Raad deze regel formuleerde – inmiddels staat de regel gewoon in de wet).

De Ragetlie-regel luidt dat als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt voortgezet voor bepaalde tijd, hij niet vanzelf eindigt. Dit tenzij die arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd eerst is geëindigd door opzegging of ontbinding. Dus, zo zou je concluderen: als je aansluitend aan een pensioenontslag een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd sluit, eindigt die niet van rechtswege. Wat te doen? Een formele ontbindingsprocedure lijkt de voor de hand liggende oplossing. Snel, relatief goedkoop, en zeker.

Dat dreigde echter anders te lopen in Leiden. Daar voerden een werkgever en werknemer inderdaad zo’n formele ontbindingsprocedure, maar gaven daarin aan dat ze dat deden niet omdat ze van elkaar af wilden, maar juist omdat ze met elkaar verder wilden. Dat was voor de rechter aanleiding partijen bij zich te roepen en zich ernstig af te vragen of er wel een grond was voor ontbinding.

De rechter ontbond uiteindelijk toch, omdat hij overwoog dat als die ontbinding er niet zou komen, de voortzetting voor bepaalde tijd niet mogelijk was. De rechter oordeelde verder dat de bescherming die de Ragetlie-regel biedt niet noodzakelijk lijkt voor de werknemer die na de pensioenleeftijd nog wil doorwerken. Hij ontbond dus.

Dat het mogelijk moet zijn om een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd af te sluiten met een werknemer die totaan zijn pensioen voor onbepaalde tijd in dienst was is overigens wel gemeengoed; er zijn ook rechters die vinden dat de Ragetlie-regel dan überhaupt niet geldt. We kennen echter ook voorbeelden van werknemers die bij ontslag na de pensioengerechtigde leeftijd toch nog van de rechter een (aangepaste) vergoeding mee kregen – het blijft dus zaak deze dingen goed te regelen.


Arco Siemons is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied arbeidsrecht

Doorwerken na het pensioen