icon

Ontslagvergunning voor beëindiging van overeenkomst van opdracht

Om flexibel met de inzet van arbeidskrachten om te kunnen gaan, maken bedrijven onder andere gebruik van arbeidskrachten die zij inzetten op basis van overeenkomsten van opdracht in plaats van arbeidsovereenkomsten. Een opdracht kan namelijk makkelijker worden opgezegd dan een arbeidsovereenkomst. De grens tussen een arbeidsovereenkomst en een overeenkomst van opdracht blijkt echter niet altijd even duidelijk.

Voor het opzeggen van een arbeidsovereenkomst is een ontslagvergunning van het UWV nodig, tenzij er sprake is van een dringende reden. Voor de opzegging van een overeenkomst van opdracht kan echter ook een ontslagvergunning vereist zijn. Het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA) – dat de verplichte vergunning regelt – is namelijk van toepassing op “arbeidsverhoudingen” hetgeen meer omvat dan alleen arbeidsovereenkomsten. Er is volgens het BBA sprake van zo een arbeidsverhouding als de werknemer (of opdrachtnemer) de arbeid persoonlijk verricht voor een ander, die arbeid voor niet meer dan twee anderen verricht of hij zich daarbij door niet meer dan twee andere personen laat bijstaan en de arbeid geen bijkomstige werkzaamheid is. Een opdrachtnemer die vrijwel fulltime voor één opdrachtgever werkt kan daardoor de opzegging van de overeenkomst van opdracht proberen te vernietigen wegens het ontbreken van een ontslagvergunning.

De kantonrechter in Amsterdam oordeelde deze maand over een dergelijke situatie. Een juridisch adviesbureau had een jurist aangetrokken “voor het ondersteunen van de juristenpraktijk”. Het bureau betaalde de jurist contant voor zijn werkzaamheden. Op een gegeven moment schortte de jurist zijn werkzaamheden op, omdat hij niet meer betaald kreeg, waarop het bureau de overeenkomst met onmiddellijke ingang heeft opgezegd.

De jurist stelde dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst en vernietigde de opzegging. In kort geding vorderde de jurist doorbetaling van zijn loon. De kantonrechter oordeelde eerst dat er sprake was een overeenkomst van opdracht tussen partijen in plaats van een arbeidsovereenkomst. Partijen hadden niets vastgelegd, maar onder andere uit de e-mailcorrespondentie tussen partijen volgde dat de bedoeling van partijen het aangaan van een overeenkomst van opdracht was geweest. Dat ontsloeg het bureau echter nog niet van haar verplichting een vergunning aan te vragen om de overeenkomst van opdracht te kunnen opzeggen, omdat volgens de kantonrechter sprake was van een arbeidsverhouding in de zin van het BBA. Die conclusie trok de kantonrechter uit de volgende omstandigheden. De jurist moest de werkzaamheden persoonlijk verrichten en hij liet zich niet bijstaan door derden, hij werkte niet voor andere opdrachtgevers (weliswaar af en toe in de horeca, maar dat betrof ander soort werkzaamheden)en hij genereerde zijn inkomsten voornamelijk uit het werk voor het bureau. Nu de vereiste ontslagvergunning van het UWV ontbrak, veroordeelde de kantonrechter het bureau tot doorbetaling van de beloning aan de jurist.

Om de hierboven geschetste situatie te voorkomen is het niet alleen van belang afspraken vast te leggen zodat er geen onduidelijk kan ontstaan over bedoeling van partijen, maar tevens in het verloop van de opdracht in de gaten te houden of het niet tot een arbeidsverhouding of zelfs arbeidsovereenkomst vergroeid, waarbij de opdrachtnemer nog maar voor één opdrachtgever werkt. Wij denken daarbij graag met u mee.


Maartje Oliemans-Ouwehand is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied

Ontslagvergunning voor beëindiging van overeenkomst van opdracht