icon

Verhouding kort geding vonnis en bodemprocedure: hoe zit het ook al weer?

De wet bepaalt in art. 257 Rv – vrij vertaald – dat kort geding uitspraken waarin voorzieningen worden getroffen, geen nadeel aan een bodemprocedure toebrengen.

De kern van de onderhavige bepaling is dat de bodemprocedure absolute voorrang heeft op de uitspraak inkort geding. Indien in kort geding bijvoorbeeld voorlopig is geoordeeld dat sprake is van een inbreuk op een recht en wordt een verbod opgelegd, en oordeelt de rechter in een bodemprocedure later dat van een inbreuk geen sprake is, dan kunnen aan het kort geding vonnis geen rechten meer worden ontleend. Het kort geding vonnis wordt dan terzijde gesteld door de uitspraak in de bodemprocedure.

Dat effect van het terzijde stellen van een kort geding vonnis heeft geen terugwerkende kracht.

Andersom heeft (dus) te gelden indien de rechter in kort geding moet beslissen op een vordering tot het geven van een voorlopige voorziening nadat de bodemrechter reeds een vonnis in de hoofdzaak heeft gewezen, de rechter in kort geding in beginsel zijn vonnis dient af te stemmen op het oordeel van de bodemrechter, ongeacht of dit oordeel is gegeven in een tussenvonnis of in een eindvonnis, in de overwegingen of in het dictum van het vonnis, en ongeacht of het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Onder omstandigheden kan er plaats zijn voor het aanvaarden van een uitzondering op dit beginsel, hetgeen het geval zal kunnen zijn indien het vonnis van de bodemrechter klaarblijkelijk op een misslag berust en de zaak dermate spoedeisend is dat de beslissing op een tegen dat vonnis aangewend rechtsmiddel niet kan worden afgewacht. De rechter is niet gehouden de kans van slagen van het tegen het bodemvonnis ingestelde rechtsmiddel bij zijn beoordeling te betrekken.

Het voorgaande leidt nog wel eens tot ingewikkelde discussies. Heel anders is het overigens indien na betekening van een uitspraak in kort geding, dwangsommen door de veroordeelde zijn verbeurd. Als er dan een andersluidend vonnis in een bodemprocedure wordt gewezen, dan heeft te gelden dat de dwangsommen toch definitief zijn verbeurd. Het bodemprocedure vonnis stelt op dat onderdeel dan niet een uitgevoerd kort geding vonnis ter zijde.


Sabine Hirdes is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied incasso

Verhouding kort geding vonnis en bodemprocedure: hoe zit het ook al weer?