icon

Dezelfde bedrijfsruimte aan twee verschillende partijen verhuurd…

Een voorzieningenrechter zag zich recent geplaatst voor de vraag hoe er gehandeld dient te worden indien er sprake is van twee botsende aanspraken op huurgenot. Zowel Basic Fit als Biggym hadden in deze zaak een huurovereenkomst gesloten met een pandeigenaar betreffende een en dezelfde bedrijfsruimte, voor dezelfde periode.

De voorzieningenrechter stelt in zijn uitspraak allereerst vast dat beide huurders recht hebben op nakoming van de huurovereenkomst. Het is voor de pandeigenaar echter (vanzelfsprekend) niet mogelijk om beide huurovereenkomsten na te komen.

De voorzieningenrechter overweegt dat in geval van ‘dubbele verhuur', zolang nog geen van beide huurders de zaak feitelijk in gebruik heeft genomen, aansluiting kan worden gezocht bij artikel 3:298 BW. Dat artikel bepaalt dat bij botsende rechten op levering het oudste recht in beginsel voorgaat. In de parlementaire geschiedenis bij dit artikel worden botsende huurrechten in dit verband expliciet genoemd, aldus de voorzieningenrechter. Zodra de tweede huurder de zaak echter te goeder trouw in gebruik heeft genomen (geleverd heeft gekregen), is de regel van artikel 3:298 BW niet meer van toepassing en ligt het voor de hand de tweede huurder te beschermen. De andere huurder heeft dan geen mogelijkheden meer om zijnerzijds nakoming van de huurovereenkomst (terbeschikkingstelling van de verhuurde zaak) af te dwingen. De verhuurder heeft zich dan immers in de onmogelijkheid gebracht om de zaak aan de andere huurder ter beschikking te stellen.

In het onderhavige geval was het bedrijfspand inmiddels in gebruik genomen door Biggym. Analogische toepassing van artikel 3:298 BW was dus gelet op het voorgaande niet mogelijk. Of Basic Fit de oudste huurrechten heeft, kan dan ook in het midden blijven, aldus de voorzieningenrechter. Dit leidt tot de conclusie dat de vordering van Basic Fit, voor zover deze is gebaseerd op nakoming van de huurovereenkomst, dient te worden afgewezen.

De voorzieningenrechter overweegt vervolgens dat voor zover Basic Fit haar vordering (jegens Biggym) baseert op onrechtmatige daad, het volgende geldt. Het handelen met iemand terwijl men weet dat deze daardoor een met een derde gesloten overeenkomst schendt, is op zichzelf jegens die derde niet onrechtmatig. Van onrechtmatigheid is pas sprake als de aangesproken partij weet of behoort te weten dat zijn wederpartij door het sluiten van de desbetreffende overeenkomst wanprestatie pleegt jegens een derde, en bovendien sprake is van bijkomende omstandigheden. In het onderhavige geval is er volgens de voorzieningenrechter echter (al überhaupt) geen aanleiding om aan te nemen dat Biggym te kwader trouw is (geweest). Zodoende kan niet worden geconcludeerd dat sprake is van onrechtmatig handelen zijdens Biggym, aldus de voorzieningenrechter.

Of de pandeigenaar schadeplichtig is jegens Basic Fit wordt in deze uitspraak overigens niet beantwoord, hoewel de pandeigenaar wel partij was. Het lijkt erop dat dit door Basic Fit in deze procedure jegens de pandeigenaar (nog) niet is gevorderd. Wellicht to be continued.


Christopher Seine is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied

Dezelfde bedrijfsruimte aan twee verschillende partijen verhuurd…