icon

Constructie omzeilen ketenregeling te doorzichtig

In een kort geding bij de Rechtbank Noord-Nederland van 30 april jl. ging het om een werknemer die als oproeptaxichauffeur met een contract voor bepaalde tijd in dienst was getreden bij gedaagde. Dit contract is twee keer verlengd. Het dienstverband heeft in totaal drie jaar geduurd.

Indien het contract nogmaals verlengd zou zijn, zou er van rechtswege een contract voor onbepaalde tijd zijn ontstaan. Tot 1 juli 2015 geldt immers dat men slechts drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd kan afsluiten (met tussenpozen van maximaal drie maanden) in een periode van maximaal drie jaar zonder dat er een contract voor onbepaalde tijd ontstaat. Vanaf 1 juli 2015 zal gelden dat er drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd kunnen worden afgesloten (met tussenpozen van maximaal zes maanden) in een periode van maximaal twee jaar zonder dat er van rechtswege een contract voor onbepaalde tijd ontstaat.

In het onderhavige geval werd het contract van de werknemer niet meer verlengd. Daarentegen is de werknemer op voorstel van de werkgever in dienst getreden bij een uitzendbureau. De werknemer is via het uitzendbureau dezelfde werkzaamheden bij gedaagde blijven verrichten. Na een half jaar deelde gedaagde echter mede dat hij de werknemer niet meer zou gaan inzetten. De werknemer vorderde vervolgens in kort geding wedertewerkstelling. De werknemer stelde dat er tussen hem en gedaagde een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand was gekomen en dat de constructie via het uitzendbureau slechts was gericht op het omzeilen van de gevolgen van de ketenregeling.

De kantonrechter is voorshands van oordeel dat er geen geldige uitzendovereenkomst tot stand is gekomen tussen de werknemer en het uitzendbureau, omdat het uitzendbureau geen enkele allocatieve functie (het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van tijdelijke arbeid) heeft vervuld. Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde onlangs nog dat, om te kunnen spreken van een uitzendovereenkomst, een uitzendende werkgever daadwerkelijk een allocatiefunctie dient te vervullen. In het onderhavige geval stond de werknemer niet bij het uitzendbureau ingeschreven, is hij ook niet door het uitzendbureau geworven en heeft de werknemer nooit met iemand van het uitzendbureau gesproken. De werkgever had aangegeven dat de werknemer nog zes maanden via het uitzendbureau bij de werkgever kon werken. De overeenkomst met het uitzendbureau zou ook na zes maanden eindigen. Het uitzendbureau had dus ook geen enkele intentie om een allocatiefunctie te vervullen.

Vervolgens onderzoekt de kantonrechter of en zo ja welke overeenkomst dan wel tussen het uitzendbureau en de werknemer tot stand is gekomen. De kantonrechter overweegt dat het de vraag is of de werknemer een juiste voorstelling van zaken had toen hij het aanmeldformulier en de arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau ondertekende. De bewoordingen in de overeenkomst verschaften slechts onduidelijkheid. In de overeenkomst werd gesproken over arbeidsovereenkomst, uitzendovereenkomst, detacheren, uitzend, payrolling en payrollmedewerker. Ook is geen duidelijkheid verschaft omtrent het einde van de overeenkomst.

De kantonrechter overweegt dat gedaagde het formele en het materiële werkgeverschap uit elkaar wilde trekken en dat het uitzendbureau enkel op papier de werkgever is geworden. Feitelijk is er niets veranderd tussen de werknemer en gedaagde. Hieruit blijkt dan ook dat de gedaagde feitelijk de arbeidsrelatie met de werknemer wilde voortzetten. Voorshands is derhalve aannemelijk geworden dat de constructie enkel is gekozen om de ketenregeling te ontlopen. Dat het alternatief zou zijn dat gedaagde en de werknemer afscheid van elkaar hadden moeten nemen, doet hier niet aan af.
Doordat het uitzendbureau geen allocatiefunctie heeft vervuld, is de overeenkomst tussen het uitzendbureau en de werknemer inhoudsloos geweest. De vierde arbeidsovereenkomst diende derhalve te worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en de werknemer moest worden toegelaten tot haar werk.

Deze uitspraak laat maar weer eens zien dat de ketenregeling niet zomaar kan worden omzeild. Vaak is de constructie om onder de ketenregeling uit te komen zo doorzichtig dat er – net als in het onderhavige geval – doorheen gekeken moet worden.


Jolien Kraaijvanger is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied

Constructie omzeilen ketenregeling te doorzichtig