icon

Auteurscontractenrecht ingevoerd

Deze week (dinsdag, om precies te zijn) is de Wet auteurscontractenrecht door de Eerste Kamer aanvaard, waarna deze direct de volgende dag in werking is getreden. De wet bevat aanpassingen van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten (Wnr). Doel: de positie van de makers van auteursrechtelijk beschermde werken en van uitvoerende kunstenaars versterken ten opzichte van die van beroepsexploitanten.

Maar… de Auteurswet en de Wnr waren er toch juist al voor die makers, respectievelijk uitvoerende kunstenaars? Ja, in theorie wel. In de praktijk zijn het echter veelal de beroepsexploitanten die profiteren van de bescherming die deze wetten bieden. Zij laten zich bijvoorbeeld het auteursrecht overdragen of verkrijgen tenminste een exclusieve licentie, in ruil voor wat de maker bereid is te accepteren. Dat is vaak weinig, zeker als de maker een debutant is. En daarvoor laat die maker zich dan wel vaak voor langere tijd vastleggen, ook voor toekomstige werken. Aldus is menig schrijver, wetenschapper, componist, of spelletjesontwerper overgeleverd aan de grillen van uitgever, opdrachtgever, film-. muziek- of software-producent.

Hugenholtz karakteriseerde de verhouding tussen de auteursrechtelijke maker en de beroepsexploitant in zijn oratie (1999) al als Sleeping with the enemy. In deze nog altijd zeer lezenswaardige rede schetste hij hoe sinds het ontstaan van het auteursrecht de beroepsexploitanten zich steeds meer naar de voorgrond hebben gedrongen, lobbyend voor uitbreiding van het auteursrecht. Terwijl zij zich al die multimediale uitbreidingen direct weer lieten overdragen door de auteurs om wie het ooit allemaal was begonnen.

De nieuwe wet probeert iets meer evenwicht te bieden. Ik schets in het onderstaande kort de hoofdpunten op het gebied van het auteursrecht (de genoemde artikelen verwijzen naar de Auteurswet):

•· Ook exclusieve licentie alleen schriftelijk
Een exclusieve licentie op de exploitatie van een werk kan voortaan alleen nog schriftelijk worden overeengekomen (art. 2, lid 3). Die regel gold al voor overdracht van het auteursrecht. Een exclusieve licentie ligt daar echter heel dicht tegenaan. Alle reden dus om ook hier een rem te zetten op al te lichtvaardig handelen door de auteur. Want daar is het voor bedoeld: het moment van reflectie voordat die handtekening wordt gezet.

•· recht op een billijke vergoeding
Voor het eerst is nu expliciet in de Auteurswet (art. 25c) vastgelegd dat makers bij het verlenen van een exploitatiebevoegdheid recht hebben op een billijke vergoeding. Wat dat is zal in de rechtspraak moeten worden uitontwikkeld. Maar ook de minister van OCW kan een rol spelen. Op verzoek van een vereniging van makers enerzijds en een exploitant of vereniging van exploitanten anderzijds kan deze voor een bepaalde branche vaststellen wat een billijke vergoeding is. Het recht op een billijke vergoeding geldt ook voor de diverse makers van filmwerken, zo bepaalt een aanpassing in artikel 45d.

•· vergoeding bij nieuw ontwikkelde exploitatievorm
Ook hier is een knoop doorgehakt. Er wilde nog wel eens ruzie ontstaan tussen maker en exploitant als laatstgenoemde een nieuw ontwikkelde techniek ging gebruiken voor de exploitatie (bijvoorbeeld een krant die oude bijdragen van free-lance journalisten in een archief op internet plaatste). Er staat nu vast dat de maker daarvoor recht heeft op een aanvullende billijke vergoeding (art. 25c, lid 6). Zelfs als de exploitant die bevoegdheid aan een derde heeft overgedragen (maar dan moet uiteraard die derde betalen).

•· extra vergoeding bij onverwacht succes
Mijn persoonlijke favoriet in de nieuwe regeling. Artikel 25d bepaalt dat de maker een aanvullende billijke vergoeding van de exploitant kan vorderen als de vergoeding die overeengekomen is uit proportie is ten opzichte van het exploitatieresultaat. Dus: was een relatief lage vergoeding overeengekomen terwijl het werk een bestseller is geworden, dan moet de uitgever / platenmaatschappij / softwareproducent of diens opvolger bijbetalen. Komt men daar onderling niet uit dan zal de rechter moeten oordelen (maar zie ook het kopje over de geschillencommissie, hieronder).

•· recht op ontbinding bij onvoldoende inspanning
Als de exploitant niet voldoende doet aan de exploitatie, of daar na verloop van tijd te weinig aan gaat doen, dan mag de maker, na ingebrekestelling, de overeenkomst ontbinden (art. 25e). Ook dit is een wenselijke uitbreiding van de rechten van de maker. Je zou het niet verwachten (want ook de exploitant heeft natuurlijk belang bij exploitatie) maar het komt toch nog wel eens voor dat exploitanten te lang wachten of te snel inzakken in hun inspanningen. Dan mag de maker nu dus bij ze weggaan en een exploitant zoeken die wel zijn best doet. Uiteraard geldt dit niet als het achterblijven van de exploitatie aan de maker ligt (bijvoorbeeld omdat die niet meewerkt aan promotie-activiteiten).

•· "vast zitten" voor toekomstig werk kan worden opengebroken
Het nieuwe artikel 25f maakt bepalingen in een contract vernietigbaar, die inhouden dat toekomstige werken van de auteur voor een onredelijk lange of onvoldoende duidelijke termijn bij dezelfde exploitant moeten worden ondergebracht. Met name beginnende auteurs (schrijvers, musici) zaten op deze manier nogal eens jaren vast aan hun oude exploitant (uitgever, platenmaatschappij). Loopt dat de spuigaten uit, dan kan dat nu dus worden opengebroken. Let op: dit geldt alleen als het auteursrecht is overgedragen of een exclusieve licentie ie verleend.

•· onredelijk bezwarende bedingen vernietigbaar
Ook overige bepalingen in de overeenkomst die voor de maker onredelijk bezwarend zijn kunnen worden vernietigd (art. 25 f, lid 2). Maar ook hier: alleen als het auteursrecht is overgedragen of bij een exclusieve licentie.

•· wetenschappers mogen naar de open access
Tot slot een aardige toevoeging in artikel 25 fa. Makers van een "kort werk" van wetenschap dat voortvloeit uit onderzoek dat geheel of gedeeltelijk met Nederlands belastinggeld is betaald, mogen dat werk "na verloop van een redelijke termijn na de eerste openbaarmaking ervan" gratis beschikbaar stellen aan het publiek. De enige voorwaarde is dat de bron van de eerste openbaarmaking daarbij op duidelijke wijze wordt vermeld. Ook hier wordt de macht (en inkomstenbron!) van de uitgevers dus ingeperkt.

•· geschillencommissie
Er komt een geschillencommissie die kan oordelen over geschillen tussen maker en exploitant over de hoogte van de billijke vergoeding, het al dan niet onredelijk bezwarend zijn van bedingen en de overige open normen uit de nieuwe regels. De uitspraak van de commissie geldt als bindend, tenzij het geschil alsnog binnen drie maanden aan de gewone rechter wordt voorgelegd.

•· niet voor "fictieve makers"
De nieuwe regels gelden niet voor de zogenaamde 'fictieve makers' (rechtspersonen en werkgevers). Daar kunnen ze ook worden gemist; het zijn vooral de individuele auteurs van vlees en bloed die de bescherming behoeven.

Zoals gezegd zijn de nieuwe regels al in werking getreden. Zij gelden voor het grootste deel alleen voor exploitatiecontracten die vanaf 1 juli 2015 worden gesloten. Het recht op ontbinding bij onvoldoende exploitatie-inspanning geldt echter ook voor oude contracten, evenals de "openbreek"-mogelijkheid van de onredelijk lange contracten en de overige vernietigingsbepalingen. Ook kunnen de wetenschappers direct de open-access bepaling toepassen.

Al met al behoorlijke stappen in de goede richting. Het is nog geen evenwicht, maar vooral de zwakkere (lees: beginnende) makers staan er duidelijk beter voor.

Heeft u vragen?

This field is for validation purposes and should be left unchanged.
Auteurscontractenrecht ingevoerd