icon

Onderverhuren woning via Airbnb (II)

Eerder berichtten wij al over de risico's bij het als huurder onderverhuren van een woning via Airbnb. Die risico's werden recent weer eens bevestigd, ditmaal door de voorzieningenrechter te Amsterdam. In deze zaak vorderde de verhuurder ontruiming van de huurder omdat laatstgenoemde in strijd met de huurovereenkomst de woning zou onderverhuren via Airbnb.

De voorzieningenrechter overweegt dat vooropstaat dat het wettelijk uitgangspunt bij de huur en verhuur van woonruimte is dat de huurder niet bevoegd is het gehuurde geheel of gedeeltelijk aan een ander in gebruik te geven (behoudens gebruik van een gedeelte van de zelfstandige woning, waarin de huurder zijn hoofdverblijf heeft) (artikel 7:244 van het Burgerlijk Wetboek). In casu was het verbod op onderverhuur voorts uitdrukkelijk opgenomen in de huurovereenkomst en de toepasselijke algemene bepalingen.

De voorzieningenrechter stelt vervolgens vast dat de huurder heeft erkend de woning (in zijn geheel) diverse malen aan derden (toeristen) te hebben onderverhuurd, via Airbnb. De huurder had aangevoerd dat dit slechts incidenteel was gebeurd, met name af en toe in de weekends, hetgeen te maken had met de geluidsoverlast vanuit het beneden gelegen café. Daardoor moest hij noodgedwongen uitwijken naar een andere woning, die hij om die reden samen met een vriend had gehuurd.

Volgens de voorzieningenrechter was van incidentele verhuur echter geen sprake. De huurder had desgevraagd zelf verklaard in 2014 “ongeveer 10 keer” en in 2015 “10 à 12 keer” (gedurende 2 of 3 nachten à € 119,- per nacht) de woning via Airbnb aan toeristen te hebben verhuurd. Dat is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet als ‘incidenteel' te kwalificeren, daargelaten dat ook ‘incidentele' onderverhuur van de gehele woning als een tekortschieten in de nakoming van de huurovereenkomst kan worden aangemerkt. Ook de tientallen recensies op Airbnb wezen op het structureel ter beschikking stellen van de woning aan toeristen.

Al met al concludeerde de voorzieningenrechter dat de huurder door de woning aan derden (toeristen) in gebruik te geven tekort was geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst en dat voldoende aannemelijk was dat (de rechter in een eventuele bodemprocedure zal oordelen dat) dit de ontbinding van de huurovereenkomst en dus de gevorderde ontruiming rechtvaardigt.


Christopher Seine is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied huurrecht

Onderverhuren woning via Airbnb (II)