icon

Duidelijk geval van bestuurdersaansprakelijkheid

In beginsel is een bestuurder van een rechtspersoon niet persoonlijk aansprakelijk als de vennootschap haar verplichtingen niet nakomt. Onder omstandigheden kan dit anders zijn. Over persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover schuldeisers schreven wij al eerder.

In het algemeen mag alleen worden aangenomen dat een bestuurder jegens de schuldeiser van de rechtspersoon onrechtmatig heeft gehandeld indien hem een voldoende ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. Volgens vaste rechtspraak is hiervan sprake indien geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden zo gehandeld zou hebben als de aangesproken bestuurder. Dit wordt beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. In sommige gevallen is het onrechtmatig handelen van de bestuurder overduidelijk. Een voorbeeld hiervan kan worden gevonden in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 2 september 2015.

Deze zaak heeft betrekking op voetbalvereniging V.V. Young Boys die in 2004 is opgericht. Eind september 2010 is de belastingdienst een fiscaal boekenonderzoek gestart. De belastingdienst heeft geconstateerd dat de vereniging een onvolledige administratie heeft gevoerd en dat inkomsten uit de kantine, sponsorgelden en verkoop van entreekaarten niet of nauwelijks werden bijgehouden. De vereniging heeft daarnaast nooit aangifte omzetbelasting en loonbelasting gedaan. De belastingdienst heeft daarom een naheffingsaanslag opgelegd van ruim € 100.000,- voor de omzetbelasting en ruim € 2.000.000,- voor de loonbelasting.

Vanaf maart 2010 werden bij de vereniging pokeravonden gehouden. De politie heeft in oktober 2011 een inval gedaan bij de vereniging en heeft daarbij meerdere personen aangehouden, waaronder een bestuurslid en de feitelijk leidinggevende van de vereniging. Het betreffende bestuurslid en feitelijk leidinggevende zijn door de rechtbank veroordeeld voor het organiseren van de pokeravonden en het witwassen van pokeropbrengsten. De vereniging wordt op 3 april 2012 failliet verklaard. De curator stelt dat de zes oud-bestuurders en de feitelijk leidinggevende onrechtmatig jegens de schuldeisers hebben gehandeld en stelt hen aansprakelijk voor de schade die de schuldeisers hierdoor hebben geleden.

De curator verwijt de bestuursleden en feitelijk leidinggevende dat er door hen geen deugdelijke administratie of boekhouding is bijgehouden. Door vijf van de zes bestuursleden wordt dit niet bestreden. Eén bestuurslid voert onder andere aan dat hij zelf een boekhouding is gaan bijhouden. Dit verweer gaat echter niet op omdat is gebleken dat de door hem gevoerde boekhouding (mede) tot doel had om de pokerinkomsten wit te wassen. De curator verwijst de oud-bestuurders verder dat zij geen belastingaangifte voor de omzetbelasting hebben gedaan.

De rechtbank komt tot de conclusie dat de oud-bestuurders en de feitelijk leidinggevende in strijd hebben gehandeld met de wet en de statuten van de vereniging. De rechtbank stelt vast dat het oud-bestuur van de vereniging geen deugdelijke financiële administratie heeft gevoerd, waardoor de rechten en verplichtingen van de vereniging niet duidelijk waren. Doordat het oud-bestuur nagelaten heeft belastingaangifte te doen, zijn door de belastingdienst naheffingsaanslagen met boetes opgelegd waardoor de financiële positie van de vereniging verder is verslechterd. Omdat er geen ledenvergaderingen door het oud-bestuur zijn gehouden, hebben de leden ook geen mogelijkheid tot controle gehad. Ook heeft een deel van het oud-bestuur illegale pokerinkomsten ingezet om schulden van de vereniging te betalen en een frauduleuze boekhouding gevoerd. Doordat er geen controle op het oud-bestuur was, bleef dit onopgemerkt totdat de politie een inval bij de vereniging heeft gedaan. De rechtbank stelt vast dat deze schendingen zodanig ernstig zijn dat geen redelijk denkend bestuurder zo gehandeld zou hebben. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat er sprake is van een tekortkoming in de behoorlijke taakvervulling van de oud-bestuurders.

De bestuurders voerden nog het verweer dat de gezamenlijke schuldeisers niet benadeeld zijn, omdat met de opbrengst van de pokeravonden schulden zijn afgelost. De gezamenlijke schuldeisers zijn daar beter van geworden. Dit verweer slaagde niet. De gezamenlijke schuldeisers waren volgens de rechtbank namelijk al benadeeld door het feit dat de schulden van de vereniging opliepen en doordat door het niet-doen van de belastingaangiftes naheffingsaanslagen zijn opgelegd. Ook heeft de publiciteit rondom de strafzaak er toe geleid dat derden geen zaken meer wilden doen met de vereniging. De illegale pokeravonden hebben het faillissement van de vereniging juist in de hand gewerkt. De rechtbank volgde de stelling van de oud-bestuurders dat de schuldeisers voordeel hebben gehad van de pokeravonden dan ook niet.

De rechtbank bekijkt vervolgens per oud-bestuurder of hem een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt voor deze handelingen. De rechtbank komt vervolgens tot het oordeel dat vijf van de zes oud-bestuurders en de feitelijk leidinggevende onrechtmatig jegens de gezamenlijke schuldeisers hebben gehandeld en aansprakelijk zijn voor de schade die de schuldeisers hierdoor hebben geleden. De hoogte van de schade waarvoor de oud-bestuurders aansprakelijk zijn, zal in een aparte procedure worden vastgesteld.


Vivian Dank is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied bestuurdersaansprakelijkheid

Duidelijk geval van bestuurdersaansprakelijkheid