icon

Het pensioenbeding

De arbeidsovereenkomst met een werknemer die de AOW- of pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt kan door de werkgever worden opgezegd in verband met of na het bereiken van die leeftijd. Daarvoor hoeft de werkgever geen toestemming te vragen van het UWV of de kantonrechter. Instemming van de werknemer heeft de werkgever ook niet nodig en de werkgever is geen transitievergoeding verschuldigd.

Deze (nieuwe) opzegmogelijkheid volgt uit artikel 7:669 lid 4 BW. Meer specifiek is daarin bepaald dat de werkgever kan opzeggen in verband met of na het bereiken van de tussen partijen overeengekomen leeftijd waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, of, indien geen andere leeftijd is overeengekomen, de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd. Of een werkgever tegen de AOW leeftijd mag opzeggen, hangt dus af van het bestaan van een afwijkende tussen partijen overeengekomen leeftijd waarop de arbeidsovereenkomst eindigt.

In veel (oude) arbeidsovereenkomsten is een pensioenbeding opgenomen dat meestal luidt dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt als de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt. De vraag is dan wanneer in zo’n geval kan worden opgezegd: bij het bereiken van de AOW leeftijd of een andere leeftijd, zoals die waarop het aanvullend pensioen van werkgever ingaat? (Het gaat hier niet om de uitleg van het woord pensioengerechtigd.)

Bij het Hof Den Bosch deed zich die vraag voor. De wekgever had de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen de AOW-gerechtigde leeftijd (opdat moment 65 jaar en 3 maanden). De werkneemster meende echter dat het pensioenbeding uit de arbeidsovereenkomst had moeten leiden tot beëindiging bij ingang van haar collectieve pensioenvoorziening via werkgever. Volgens die pensioenregeling was de pensioenrichtleeftijd 67 jaar.

Het Hof is van oordeel dat uit de tekst van artikel 7:669 lid 4 BW, zoals die met ingang van 1 januari 2016 luidt, volgt dat een werkgever op grond van artikel 7:669 lid 4 BW, tenzij partijen schriftelijk zijn afgeweken van dit artikel, alleen tegen de AOW-leeftijd kan opzeggen indien partijen geen andere leeftijd zijn overeengekomen waarop de arbeidsovereenkomst eindigt. Indien partijen een hogere leeftijd dan de AOW-leeftijd zijn overeengekomen, kan de overeenkomst alleen tegen deze hogere leeftijd worden opgezegd. Dit leidde het Hof af uit de wetsgeschiedenis. Uitgaande van de veronderstelling dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen op grond van het pensioenbeding van rechtswege eindigt wanneer werkneemster 67 jaar wordt, staat tussen partijen vast dat zij een hogere leeftijd dan de AOW-leeftijd zijn overeengekomen waarop de arbeidsovereenkomst eindigt.

Oftewel in dit geval zijn partijen de hogere leeftijd van 67 overeengekomen en kon de werkgever niet tegen de AOW leeftijd opzeggen.

Let dus op bij het opnemen van een pensioenbeding in uw arbeidsovereenkomsten, om de hierboven omschreven misverstanden te vermijden.


Maartje Oliemans-Ouwehand is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied

Het pensioenbeding