icon

Uitvoerbaar bij voorraadverklaring bij ontruiming huisgenoot van huurder

Eerder berichtten wij al dat in artikel 7:268 BW is bepaald wat de consequenties zijn voor een huisgenoot van de huurder, ingeval de huurder overlijdt. Als de huisgenoot een medehuurder is, zet die de huurovereenkomst als huurder voort. Indien de huisgenoot niet formeel als medehuurder kan worden aangemerkt, is het moeilijker om de huurovereenkomst voort te zetten. Hij kan de huurovereenkomst alleen voortzetten indien hij kan aantonen dat sprake is geweest van een duurzame gemeenschappelijke huishouding met de huurder. Bij de beantwoording van deze vraag dienen alle relevante omstandigheden te worden meegewogen.

Het kan voorkomen dat de huisgenoot bij de rechter vordert dat hij voortaan (op grond van een duurzame gemeenschappelijke huishouding) als medehuurder wordt aangemerkt, waarbij dikwijls de verhuurder (in reconventie) ontruiming vordert van deze huisgenoot. Voornoemd artikel schrijft voor dat in een dergelijk geschil de huisgenoot het gehuurde mag blijven gebruiken totdat onherroepelijk over het geschil is beslist. Met onherroepelijk wordt kort gezegd bedoeld dat niet meer in hoger beroep c.q. cassatie kan worden gegaan (bijvoorbeeld doordat de termijn om in hoger beroep/cassatie te gaan is verlopen, dan wel doordat de hoogste rechter een eindbeslissing heeft genomen).

In een recente uitspraak oordeelde het Hof Den Haag dat een rechterlijke instantie die over een dergelijk geschil dient te oordelen zodoende in beginsel een eventueel toegewezen ontruimingsvordering van de verhuurder niet uitvoerbaar bij voorraad mag verklaren (zonder bijkomende, bijzondere omstandigheden). Uitvoerbaar bij voorraad houdt in dat het vonnis kan worden uitgevoerd (in casu kan worden ontruimd), terwijl nog niet onherroepelijk is beslist (bijvoorbeeld doordat nog in hoger beroep kan worden gegaan).

Het hof overweegt dat in artikel 7:268 lid 2 BW is opgenomen dat de persoon die met de overleden huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft gehad, de huur voortzet gedurende zes maanden na het overlijden van de huurder en nadien, indien de rechter dit heeft bepaald op een daartoe strekkende vordering en in elk geval zolang op deze vordering niet onherroepelijk is beslist. Uit die laatste zinsnede volgt dat de huisgenoten in beginsel gerechtigd zijn de huur voort te zetten totdat in het door hen ingestelde hoger beroep onherroepelijk op hun vordering is beslist, aldus het hof. Nu geen sprake is van bijzondere omstandigheden (zoals misbruik van recht of een onevenredigheid van wederzijdse belangen) die tot een andere conclusie nopen, schorst het hof de door de verhuurder aangevangen ontruiming totdat in het geschil onherroepelijk is beslist.


Christopher Seine is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied huurrecht

Uitvoerbaar bij voorraadverklaring bij ontruiming huisgenoot van huurder